Uitgelicht

Miniaturen

cd met christelijk werk in de stijl van oude meesters

Nederlands Dagblad, 11 oktober 2019

Miniaturen

Hendrik Jan van der Heiden, piano.

Interclassic Music

Dit is een interessante cd. De pianist Hendrik Jan van der Heiden is een christen en komt daar in het boekje bij deze cd ook vrijmoedig voor uit. Dat inspireerde hem tot diverse werken op deze cd. Of het om improvisaties of om uitgeschreven stukken gaat, is niet duidelijk. Belangrijker is dat hij daar geen oppervlakkige stemmingsstukjes van heeft gemaakt, maar als het ware in de huid van bekende pianocomponisten is gekropen. Dat levert onder de titel ‘Evening’ een mooie bewerking op waarin hij het Wiegenlied van Brahms (een wijsje dat veel op speeldoosjes te horen is) gebruikt. Maar ook Chopin is geen onbekende voor hem. Van der Heiden weet mooie omspelingen te verzinnen bij het lied ‘Als ik maar weet’. Opvallend is ‘Sorrow’ dat helemaal niet zorgelijk maar eerder wat berustend klinkt. Van der Heiden geeft zelf als toelichting dat hij daarbij denkt aan de zorgen in zijn eigen gezin. Samen met zijn vrouw heeft hij twee zorgenkinderen op te voeden.

In het boekje worden de diverse titels goed uitgelegd en wordt extra informatie gegeven. Van der Heiden is geen gediplomeerd musicus. Des te knapper is deze mooie cd.

+ originele bewerkingen

+ pianist kruipt in de huid van bekende componisten

+ knap gespeeld

Tags

De Liefde van God

‘Alzo Lief heeft God de Wereld gehad’ (Johannes 3 vers 16)
Het is wel de meest bekende tekst, maar niet de meest gewone tekst. Enkele mijmeringen van mij.

Het was. D. A. Carson die een boekje schreef: De lastige leer van de Liefde van God. Is deze tekst lastig?

Ja zegt iemand die niet in God gelooft. Als God bestaat dan zou er geen IS zijn. Dan is er geen honger in Afrika. En dan zat Donald Trump niet in het Witte Huis. Dan werd er geen vader in Ruinerwold verhoord over het doen en laten met zijn kinderen. En dan zou prins Andrew uit Engeland niet een potsierlijk interview geven.

God had de wereld – kosmos – zo lief inclusief Genesis 3 in dit plan. God had geen plan A zonder de val. God had geen plan B met de val. God had via Johannes 3 vers 16 slecht één plan. God heeft Een Zoon. Opdat Zijn Zoon werd gegeven / gezonden door God de Vader. God had niet twee Zonen, maar één Zoon. In dat plan had de Vader de Zoon lief. De Zoon had de Vader lief. Omdat de Zoon de Vader Liefhad, kon de Zoon in het plan van de verlossing en val van de mens, Zich Zelf geven.

Recht – onrecht

God de Vader was Rechtvaardig in de eis van de Zoon. God de Zoon wilde recht doen aan de mens die viel. Dat Recht eiste God de Vader van de Zoon. Maar God kwam voor het onrecht – het kwade gedrag van mensen – in de val – voor diezelfde kwade mensen op.

Omdat God ‘goede’ mensen geschapen had, deed God via het Verbond geen onrecht, maar God deed genadig Recht aan wat God de Zoon van plan was. Het heilige plan van God de Zoon was, om verzoening aan te brengen aan een gevallen mensheid. Omdat de mens onrecht deed in genesis 3 moest God de Vader en God de Zoon iets recht zetten. Dat Recht kon alleen maar via deze opening, deze weg, het Offer van de Zoon.

Getal drie

Onrecht binnen het gedrag van mensen komt voort uit genesis 3. Liefde tot elkaar is een opdracht die verband houdt met Johannes 3. De Drie-enige God breng de Verlossing volmaakt. God de Vader eist. God de Zoon betaalt. God de Heilige Geest brengt het ‘Recht’ in orde. De Geest verwerft de genade. In de raad van de Vrede maakt God een Pact met Zichzelf. In het verbond van de genade wordt dat belooft aan de mens en zijn familie. Het verbond kent geen recht van erven, maar een recht van vrije genade. God kiest dus voor het behoud en niet voor het vallen. Hiermee wordt het Recht van God herstelt, in Zijn Zoon.

Die genade in Christus Jezus is vrij van dogma. Waar de dogmatiek het beschrijft, werkt de Geest het middelijk op Zijn eigen manier. En onmiddelijk werkt de Geest het bij verstandelijke gehandicapte mensen.

God heeft alle mensen lief, via de stelling van de algemene genade; je krijgt een boterham, je ontvangt een baan en je kan een cadeau kopen in de winkel, je ontvangt geduld als je niets hebt.

God heeft die mensen lief – met bijzondere genade, waar de Geest toepast en verwerft. Die verwerving is ondoorgrondelijk, raadselachtig voor ons verborgen. Die toepassing wordt zichtbaar hoe mensen zich dan gaan gedragen; met geloof en (dagelijkse) bekering. Omdat God Zijn Genade en Verbond Vast houdt, moeten mensen met hun opvattingen over genade, veel los laten, wel voor elkaar bidden enz, maar God als Vader – houdt Zijn Verbond vast.

Balans

Tijd voor genade – Terry L. Johnson

Hoofdstuk 11 – Geloven is alles

Balans

In veel kerken vandaag (context jaren ’90 in de VS) kom je tegen dat de waarheid uit balans is. Een deel van de waarheid wordt geïsoleerd, uitvergroot en daardoor verdraaid. Onderdelen van de waarheid worden gepresenteerd alsof ze het hele verhaal zijn, en, zoals J. I. Packer schrijft, ‘een halve waarheid, die wordt gepresenteerd, alsof ze de hele waarheid is, is een complete leugen’.

Het christelijk geloof is zo verdraaid, dat je het bij niet meer herkent. De oplossing voor dit probleem, dat de hedendaagse kerken in zijn greep houdt, zou wel eens gevonden kunnen worden in de zorgvuldige, uitgebalanceerde antwoorden die de ‘gereformeerde’ leer geeft op de belangrijkste vragen, die op ons af komen.

  1. De gereformeerde leer is de juiste balans tussen ‘Gods deel en ons deel’. Is de heiliging van het leven Gods werk of mensenwerk? Het antwoord is: beide. We vermijden de valkuil van passiviteit, waar mensen in kunnen trappen die heiliging alleen als werk van God zien, en de valkuil van frustratie, voor wie heiliging puur als mensenwerk beschouwt. Redt God de mens of heeft de mens een aandeel in zijn redding? Ook hier geldt weer: beide. God redt ons door de genademiddelen, waar de mens gebruik van kan maken. Met dit standpunt verval je niet in fatalisme, zoals mensen die het helemaal alleen aan God overlaten, maar je komt ook niet in de verleiding om te manipuleren, wat nogal eens gebeurt door mensen die denken dat hun eigen aandeel aan de redding doorslaggevend is. Wij bidden, verkondigen het evangelie en laten God aan het werk.
  2. De gereformeerde geloofsovertuiging houdt het juiste midden tussen wat objectief is en wat subjectief is, tussen feit en gevoel, tussen kennis en ervaring. Vallen we onder de wet, of onder de genade? Beide. Daarmee vermijden we de valkuil van wetticisme, omdat we de wet zien als middel tot rechtvaardiging, want in de gereformeerde Leer staat als een paal boven water dat iemand door het geloof wordt gerechtvaardigd. En we vermijden de valkuil van losbandigheid van hen die de wet afwijzen en genade en de leiding van de Heilige Geest als vrijbrief opvatten om te zondigen. Is het makkelijk of moeilijk om overtuigd te zijn van je redding? Beide. De gereformeerde Leer houdt eraan vast dat de tekenen van genade zichtbaar moeten zijn in iemand die gelooft. We sluiten voorbarigheid uit van mensen die genade goedkoop maken en die te gemakkelijke zeker zijn van hun geloof, waardoor ze losbandigheid onder gelovigen en valse geloofszekerheid propageren: en tegelijkertijd vervallen we niet in de fout om geloofszekerheid veel te hoog gegrepen te achten, waardoor gevoelige gelovigen wanhopig worden en veel anderen de gemoedsrust wordt ontnomen, die ze zouden mogen hebben, want ‘ik heb u dit geschreven, om u te doen weten dat u eeuwig leven hebt. (1 Johannes 5 vers 13)

Hoe kom je erachter wat God van je wil in je leven, is dat door de Geest of door het Woord? Beide. De gereformeerde Leer vermijdt uitersten. Fanatici die zeggen door rechtstreekse inspiratie door de Geest, door woorden van God en niet mis te verstane ingevingen. Of deïsten die God de mond snoeren en het Hem onmogelijk maken tot hen te spreken. De Heilige Geest leidt ons niet tot nieuwe openbaringen, maar door licht te werpen op het Woord van God en onze omstandigheden. Door zo om te gaan met het onderwerp leiding in je leven, waarborg je het gezag en het afgesloten karakter van de Schrift, maar ook de realiteit van een levende relatie met Christus.

Gedurig bij U zijn (Psalm 73)

‘Ik zal echter voortdurend bij U zijn’ (Psalm 73)

Voor oom Harry van Leeuwen – in herinnering tante Ans (1946-2020)

Psalm 73 vers 23-26 en vers 28 (HSV onberijmd): “Ik zal echter voortdurend bij U zijn, U hebt mijn rechterhand gegrepen. U zult mij leiden door Uw raad, daarna zult U mij in heerlijkheid opnemen. Wie heb ik behalve U in de hemel? Naast U vind ik nergens vreugde in op de aarde. Bezwijkt mijn lichaam en mijn hart, dan is God de rots van mijn hart en voor eeuwig mijn deel. Maar wat mij betreft, het is voor mij goed dicht bij God te zijn. Ik neem mijn toevlucht tot de Heere HEERE, om al Uw werken te vertellen.”

Psalm 73 vers 12 (berijming 1773): ‘k Zal dan gedurig bij U zijn, In al mijn noden, angst en pijn, U al mijn liefde waardig schatten. Wijl Gij mijn rechterhand woudt vatten. Gij zult mij leiden door Uw raad. O God, mijn heil, mijn toeverlaat; En mij, hiertoe door U bereid, Opnemen in Uw heerlijkheid.

Joseph Benson (1749-1821) schrijft in Commentaar[1]: ‘Vers 23. Niettemin – Ondanks al mijn verleidingen en mijn grove dwaasheid om me eraan over te geven; Ik ben voortdurend bij u – in uw gunst en onder uw zorg. Hoewel ik je alleen maar reden heb gegeven om me af te zetten, toch bleef U uw genadige aanwezigheid met mij en vriendelijkheid voor mij voortzetten. U hebt mij door uw rechterhand vastgehouden – Heb mij hooggehouden, opdat mijn geloof niet zou falen en ik niet door deze of enige andere verzoeking zou worden omvergeworpen. “De rest van de Psalm bevat de meest plichtsgetrouwe en aanhankelijke uitingen van een geest die zich volledig op zijn gemak voelt en rust met comfortabele zekerheid over de liefderijke goedheid van de Heere, waarvan het aldus een nieuw voorbeeld had ervaren in zijn steun onder de late verleiding en volledige overwinning erover. ”

Vers 24. U zult mij leiden..- Zoals u mij tot nu toe in al mijn beproevingen hebt gehouden, zo ben ik ervan overtuigd dat u mij nog steeds naar de juiste weg zult leiden, en zult voorkomen dat ik van u afdwaal, of in kwaad of onheil val; met uw raad – Door uw genadige voorzienigheid, uw doel van barmhartigheid jegens mij, zijnde een van uw gelovige en gehoorzame mensen, en waakzaam over mij, door uw woord, dat u mijn ogen zult openen om te begrijpen; en hoofdzakelijk door uw Heilige Geest, mij heiligend en leidend gedurende mijn hele leven. En ontvang mij daarna tot glorie – Lees eeuwige glorie in de hemel. Zoals allen die zich aan Gods gedrag toewijden door zijn raad zullen worden geleid, zo zullen allen die zo in deze wereld worden geleid tot zijn glorie in een andere wereld worden ontvangen. 

Als God ons leidt in de weg van onze plicht, en verhindert dat we ons ervan afwenden; ons in staat stellend zijn wil tot regel te maken, en zijn glorie het einde van al onze acties, zal hij daarna, als onze staat van beproeving en voorbereiding voorbij is, ons ontvangen in zijn koninkrijk en glorie;  de gelovige verwachtingen en vooruitzichten daarvan zullen ons verzoenen met alle duistere voorzieningen die ons nu in verwarring brengen en ons verbazen, en ons verlichten van de pijn waarin we misschien door een aantal verontrustende verleidingen zijn gebracht. Hier zien we dat ‘hij, die slechts een tijdje geleden de voorzienigheid van God leek te vragen over de zaken van de mens, nu verheugt op gelukkig vertrouwen van de goddelijke genade en gunst jegens zichzelf; niets betwijfel dan dat die genade hem ooit op aarde zou blijven leiden, totdat glorie hem in de hemel zou kronen. 

Dat zijn de gezegende gevolgen van het binnengaan in het heiligdom van God en het raadplegen van de levendige orakels, in al onze twijfels, moeilijkheden en verleidingen. ”

Vers 25. Wie heb ik in de hemel dan u? – Om een ​​kennis te berechten of erop te vertrouwen? God is in zichzelf glorieuzer dan enig ander wezen en moet in onze ogen oneindig veel wenselijker zijn. Hij, en hij alleen, is de gelukzaligheid en het hoogste goed van de mens. Hij, en niemand anders dan hij, die de ziel heeft gemaakt, kan het gelukkig maken. Er is geen ander in de hemel of op aarde die kan doen alsof. 

Nu, om God onze gelukzaligheid te laten zijn, moeten we hem hebben, zoals hier wordt uitgedrukt; we moeten zijn gunst, zijn beeld en gemeenschap met hem bezitten. We moeten hem voor een deel kiezen en voor onszelf een interesse in zijn liefde verzekeren. Wat baat het ons dat hij de gelukzaligheid van zielen is, als hij niet de gelukzaligheid van onze zielen is; en als we hem niet met een levendig geloof van ons maken door ons bij hem te voegen in een eeuwigdurend verbond? 

Onze genegenheid moet op hem worden gevestigd, en onze vreugde moet in Hem zijn. Onze verlangens moeten niet alleen aan God worden geofferd, maar ze moeten eindigen in God, als hun uiteindelijke doel. Wat we naast hem ook wensen, moet worden gewenst in ondergeschiktheid aan hem en zijn wil, en met het oog op zijn glorie. We moeten niets anders verlangen dan God dan wat we naar God verlangen. Hij moet ons hart hebben, ons hele hart, en geen enkel wezen op aarde of in de hemel mag toestemming krijgen om met hem te delen.

Vers 26. Mijn vlees en mijn hart faalt – ik vind, door droevige ervaring, mijn eigen zwakheid en onvermogen om dergelijke verleidingen te ontmoeten, en verdraag geduld en berusting, zulke problemen, waar ik vaak mee te maken heb; ja, ik vind mezelf een broos, stervend wezen, dat spoedig zal terugkeren naar het stof. Zowel mijn vlees als mijn hart, mijn lichaam en ziel kunnen, en, tenzij ondersteund door God, spoedig falen. 

Maar God is de kracht van mijn hart – ik heb hem zo gevonden; Ik vind hem zo en hoop dat ik dat ooit zal doen. Alsof hij had gezegd: hoewel ik geen kracht in mezelf heb, heb ik het in God, mijn niet aflatende toevlucht, op wie ik zal vertrouwen zolang ik leef. Hebreeuws: ‘de rots van mijn hart’, een stevig fundament, dat mijn gewicht zal dragen, en er niet onder zal zinken. In de veronderstelde nood had hij het geval van een dubbele mislukking, een mislukking van zowel het vlees als het hart; maar in de opluchting richt hij zich op een enkele steun; hij laat het vlees weg, en de overweging ervan; het is voldoende dat God de kracht van zijn hart is. Hij spreekt als een zorgeloze van het lichaam; laat dat falen, het moet, er is geen remedie; maar hij is bezorgd over zijn ziel, om versterkt te worden in de innerlijke mens. 

En mijn deel voor altijd – Hij zal me niet alleen steunen terwijl ik hier ben, maar zal me gelukkig maken als ik vandaar ga, gelukkig tot in alle eeuwigheid. De heiligen kiezen God voor hun deel; hij is hun deel; en het is hun geluk dat hij hun deel voor altijd zal zijn; een portie die net zo lang meegaat als de onsterfelijke ziel. 

Vers 28 Maar het is goed voor mij om tot God te naderen – maar wat ze ook doen, ik ben overvloedig tevreden dat het, als mijn plicht, dus mijn interesse en geluk, is om je aan te kleven door geloof, liefde en gehoorzaamheid en ijverige aanwezigheid op al uw verordeningen. 

Ik heb mijn vertrouwen in de Heere God gesteld – ik ben alleen van hem afhankelijk, voor al mijn troost en geluk; Dat ik al uw werken mag verklaren – Van welke afhankelijkheid, ik weet, dat ik dit voordeel zal hebben, dat ik vele en grote gelegenheden zal hebben om Gods daden van barmhartigheid en vriendelijkheid aan mij te verklaren.

William MacDonald (1917-2007)[2] schrijft in zijn Believer’s Bible Commentary (1998): ‘Toch hebt U mij – ondanks mijn domme houding – niet in de steek gelaten. Ik mag voortdurend bij U zijn en U houdt mij vast, zoals een vader zijn kind bij de hand houdt. Mijn hele leven door leidt U mij met Uw raad en daarna zult U mij in heerlijkheid opnemen. Het is mij genoeg U in de hemel te hebben; dat geeft mij onmetelijke rijkdom. En begeer ik, buiten U, niets anders op aarde. Laat de goddelozen hun rijkdommen maar houden. U geeft mij volkomen bevrediging en in U vind ik alles wat ik nodig heb. Het kan zijn dat mijn lichaam vergaat en mijn hart bezwijkt, maar God is mijn levenskracht. In Hem vind ik tot in eeuwigheid alles wat ik maar wens of nodig heb. Wat mij betreft, ik wil zo dicht bij U blijven als maar mogelijk is. Ik heb mijzelf om bescherming tot U gewend en ik wil al uw wondere werken vertellen aan allen die maar willen luisteren.’

De Expositor’s Bible Commentary[3] schrijft: ‘..Afwezig zijn bij God is vergaan. Afstand van Hem is scheiding van het leven. Naderen tot Hem is het enige goede; en de psalmist heeft goed geschreven; laat wereldse voorspoed komen of gaan zoals het vermeldt, of liever, zoals God zal kiezen. Door de inspanning van zijn eigen wil heeft hij God tot zijn Toevlucht gemaakt, en, veilig in Hem, kan hij de smarten van de goddelijke verdragen en kijken naar de vluchtige voorspoed van zondaars, terwijl hij, met inzicht verkregen uit gemeenschap, kan vertellen met geloof en al de werken van God prijzen. Er zijn geen struikelblokken of falen, voor dit ‘lied van dankbaarheid’.

Adam Clarke (1762-1832)[4] schrijft het zo op in zijn commentaar[5]: ‘Vers 23. Ik ben voortdurend bij je – ik zie nu dat ikzelf en mijn volk onder je hoede staan; dat wij voortdurend door u worden bevestigd; en terwijl we in uw rechterhand zijn, zullen we niet volledig worden neergeworpen.

Vers 24. U zult mij leiden met uw raad – Nadat wij enige tijd geleden hebben, aanwijzingen en troost ontvangen van uw goede Geest, door middel van uw profeten, die in dezelfde gevangenschap zijn als wij; U zult ons verlossing schenken, ons naar ons eigen land herstellen en ons met eer en geluk kronen. Elke oprechte volgeling van God mag deze woorden gebruiken in verwijzing naar deze en de komende wereld. 

Uw raad – Uw Woord en Geest, zullen mij door het leven leiden; en wanneer ik uw rechtvaardige wil heb gedaan en geleden, zult u mij ontvangen in uw eeuwige heerlijkheid.

Vers 25. Wie heb ik in de hemel dan U? – Het origineel is nadrukkelijker: “Wie is daar voor mij in de hemelen? En met u heb ik niets op aarde verlangd.” Niemand kan dit zeggen die God niet als deel heeft genomen met betrekking tot beide werelden.

Vers 26. Mijn vlees – faalt – ik zal spoedig sterven; en mijn hart – zelfs mijn natuurlijke moed, zal falen; en geen ondersteuning, maar wat bovennatuurlijk is zal dan beschikbaar zijn. Daarom voegt hij eraan toe: God is de kracht van mijn hart – letterlijk, de rots van mijn hart.

En mijn deel – De toespeling wordt hier gemaakt op de verdeling van het beloofde land. Ik vraag hieronder geen erfenis; Ik zoek er hierboven een. Ik zoek dit niet in het bezit van enige plaats; alleen God kan voldoen aan de verlangens en wensen van een onsterfelijke geest. En zelfs dit zou niet voldoen, als ik niet het vooruitzicht had dat het voor altijd zou zijn, ל ולם leolum, ‘tot in de eeuwigheid!’

Vers 28. Het is goed voor mij om dichterbij te komen – We hebben al gezien dat degenen die ver weg zijn zullen vergaan; daarom is het ziek voor hen. Degenen die naderbij komen – die komen in de ware geest van opoffering, en met het enige beschikbare offer, de Heer Jezus, zullen uiteindelijk worden gered; daarom is het goed voor hen. Ik heb mijn vertrouwen in de Heere God gesteld – ik vertrouw Jehovah, mijn steun en verblijf. Ik ben Hem deelachtig geworden. Dat ik al uw werken mag zien – dat ik tot allen mag getuigen hoe goed het is om tot God te naderen; en wat een voldoende deel is Hij voor de ziel van de mens.


[1] https://biblehub.com/commentaries/benson/psalms/73.htm

[2] William MacDonald was president van Emmaus Bible College Iowa VS, leraar, theoloog en een productief auteur van meer dan 84 gepubliceerde boeken.

[3] https://www.logos.com/product/5457/the-expositors-bible-commentary-ebc

[4] https://en.wikipedia.org/wiki/Adam_Clarke

[5] Commentaar op de Bijbel, door Adam Clarke [1831]. Tekst met dank aan Internet Sacred Texts Archive .

Aannemen

Is het woord ‘aannemen’ wel bijbels?

Allereerst dit. Over het woord aannemen zijn rijen theologische boeken geschreven.  Theologen waren het dan ook niet altijd met elkaar eens. Natuurlijk niet alleen over dit woordje, maar er speelden grote diepe theologische opvattingen mee. De kerkgeschiedenis laat dat zien. George Whitefield en John Wesley waren broeders, bestreden elkaar fel over de weg van de heiligmaking. John geloofde in een steeds heiliger en volmaakter leven. George zei tegen John, man doe nou eens rustig. Span je toch niet zo in. Je kunt weten dat je verkoren bent, het komt goed kerel. Als God jou verkoren heeft, laat God je ook niet los, maar dat geeft je juist houvast. Geef jouw heilige werkzaamheden in jouw heiligmaking uit handen en laat je leiden door de hand van God (vrij vertaald) . En ze zijn ook nog allebei in de hemel. Dat moeten we ook wel even benadrukken. Mooi voor hen en toch verwarrend misschien voor jou en u. In de Bijbel staat ook het woord aannemen. Predikanten hebben daar al over geschreven en gepreekt. Er zijn ook wel bijbelteksten waarin het woordje staat. Ga maar even googelen. Leuke uitdaging!

Een punt van discussie is wel geweest of de nadruk ligt op jouw aannemen, jouw vermogen om de keuze voor God te maken, dus de geloofskeuze (de vrije wil) van de mens voor God en Gods reactie vervolgens daarop. Vooral de volgorde (dogmatisch) waren geschilpunten en men vond dat ook natuurlijk wel erg belangrijk. Dat is ook wel te begrijpen. Een mens is dood en moet in Christus gaan leven. Theologie gaat over de weg van dood naar leven. Hoe God onderhandelt met mensen.

volume is 80%volume is gedempt

Natuurlijk was men het er over eens, God geeft jou wel zekerheid, maar vooral de manier waarop, dus hoe God dat deed bij mensen, daarover gingen de wegen uiteen, met beroep op dezelfde bijbelteksten. 

Aannemen is ook wel afhankelijk van de context waarin je dat zegt of tegen je gezegd wordt. Stel je eens voor. Je zit op een mooi cruiseschip. Het zonnetje schijnt. Je vaart op het meer van Geneve. Je vriend zegt: “Hier pak eens aan, hier neem het aan. God is liefde.” Onder het genot van chips en een glas bier zeg je: Wow, dat ik heb ik nooit gehoord. Interessant.

Stel, je zit in een vliegtuig. Er wordt omgeroepen: reddingsvesten om, rustig blijven. Het vliegtuig moet gaan landen. Er zijn motoren uitgevallen. Je zou wel wensen dat het vliegtuig al op land met een gierende motor op de grond staat en dat jij de reddingswerkers in je armen mag (aan)nemen. 

Kijk, daar heb je het verschil. Het eerste voorbeeld is een spiegel van ons onafhankelijke (on)rustige leven zonder God. God is prima, maar niet voor mij. Ik red me wel. Het tweede voorbeeld is nood. Je loopt vast. Je kunt het niet en je beseft God heb ik nodig. Je kan niet zeggen: God heb ik lief. Terwijl je wel weer ermee zit: ik heb God nodig.
 
In sommige christelijke kringen is het woord aannemen een slogan. Je moet dat vooral doen. Je kunt het altijd doen. Maakt niet uit, overdag, ’s nachts. Het maakt niet uit, wat je bent, hoe je bent. Bij God is iedereen welkom. God is goed. En Gods liefde is er voor alle mensen. Geen probleem. Wat tob je? Wat twijfel je? God is er voor iedereen. Niet zo moeilijk doen. Loslaten! Je bent een mooi mens. Je ziet er heerlijk uit. God vindt jou een goed mens. En je kunt het. Gisteren was je te laat en morgen is het ook te laat. En je mag, nee nog beter, je moet.  Zo moet je dan ook getuigen en je moet heilig leven. Je moet iedere dag, iedere week Bijbelstudie doen. En je moet erop uit. Je moet actief zijn en je moet werven. Je moet praten en je moet vooral niet slapen.  Al die dode christenen, in rokjes, knotjes, nette kleding, met hun eigen dingetjes. Stom, achterhaald, niet relevant en ook nog oubollig. Vervelend zelfs. Want je kunt het. Jij moet het doen. De keuze is aan jou. Ik geloof. Prachtig. Fijn. Heerlijk.  Doe je het niet, dan ben je dom, oerstom.  Hoe eerder je gelooft hoe beter.

Wacht even, waarin geloof je dan? In Jezus Christus, is het antwoord. En waarom/hoe weet je dat God jouw Zaligmaker is? Zo maar een vraag. Dat is niet een voorwaarde, maar je moet weten waarom Jezus dan jouw Zaligmaker is. Weet je ook waarom God in Jezus Christus jouw Zaligmaker is? Hoe is God jouw Zaligmaker geworden? Ontspan je wat met dat moeten! Weet je al dat God ons niet nodig heeft? Ja, maar ik wil zo graag…

In de reformatorische kring ligt het wat anders. Aannemen is niet zomaar iets. Dat is ook nog waar. Een mens kan niets aannemen. Een mens is dood en tot niets goeds in staat. Bekende klanken! Bekende woorden. Het is ook een waarheid. Een mens moet ‘krachtdadig’ levend gemaakt worden. God moet het doen. En ja, God doet het ook wel. Maar niet zomaar. Niet zo voor iedereen. Dat zou toch wat zijn. Ja, God doe het alleen maar heel bijzonder. Zo bijzonder, ik kan daar niet zo maar bij. Ik ben wel echt meelevend hoor!! Maar alleen bij echte bekeerde mensen zie je dat het, hoe moet ik dat zeggen, het is echt, he? Gods volk weet daar echt van en heeft daar ook nog weet van gekregen. Een mens moet wachten op de daad van God, namelijk deze, dat de Heilige Geest ‘het grote werk’ nog in een mens komt te werken. Vaak wordt  ongeveer zo wel gepreekt van de kansel: Och, mocht -vanuit een diepe begeerte en stijlbesef van onze nietigheid tegenover de Grote Toornige Heilige en Rechtvaardige God, Die met geen zonden, dus wij als zondaren, van doen wil en kan hebben- ‘het’ (eerste daad wanneer de Heilige Geest Zich met het Woord paart) nog eens (het moment kan je niet weten, maar wel ervaren en zien, als je dat mag ervaren) gebeuren (meestal is dat een heel intens moment op een weg in een ervaring zoals Paulus die had op de weg naar Damascus.) En als je die ervaring mag ontvangen, dan! Ja wat dan? Dan ben je echt een kind van God.  Vaak is het ook wel een afsluitende zin, waar in de preek de nadruk wordt gelegd op de Rechtvaardigende daad van God. De zondaar is doemwaardig voor God, in de beleving. De zondaar heeft niets verdiend. Het is dan ook alles genade. Die komt van Gods kant. Een mens kan daar vaak niet bij. Een mens tobt. Een mens bukt. Wat is het donker. De Bijbel gaat nog meer ‘open’, op het moment dat ‘het’ ervaren wordt. De Bijbel wordt pas echt bijbels als een mens het mag zien. Aannemen is zo groot. Eigenlijk te groot. Genade is een Gift. Een soevereine daad. Een mens valt daar helemaal buiten.

U herkent dit misschien. U zit er misschien mee. Zoals ik het ‘ervaar’ kom ik er nooit. Ik voldoe nergens aan. Niet aan de bekering zoals de dominee dat ‘juist’ preekt, maar ook niet aan de ‘kenmerken’ zoals de kinderen van God ‘eruit’ zien of zich gedragen. Eerlijk is dat, wanneer u dat herkent of voor u zelf zo ziet. Erg is dat wanneer u het gevoel heeft dat u ‘niet voldoet’, of wanneer er nooit een woord voor u mag zijn in de preek (ik kom hier straks nog op terug).

Een vraag is deze: Waarom wijst u Christus af? Waarom wijst u het Woord af. Waarom ziet u niet door het Woord heen, in de beloften, maar ook in de Belovende God, die barmhartig is en in Zijn Zoon liefde is. Volmaakte liefde. Waarom ziet u op anderen die u zouden veroordelen in uw kleding, uw gedrag, uw taal, uw functioneren? Waar bent u bang voor? Voor God? Dat hoeft niet. Bij God zijn zondaren welkom! Waarom ziet u teveel op anderen die het ‘zomaar’ en ‘makkelijk’ aannemen. Verschuilt u zich ten diepste onder het mom van ‘onmacht’ niet gewoon achter uw ‘onwil’? Stelt u de roeping in de preek om u te bekeren gewoon niet wat uit? De satan vindt het prima, wanneer u zegt: de dominee preekt goed, hij zegt het goed, hij preekt de zuivere waarheid, en toch leeft u verder uw eigen leven. Kijk ermee uit!

U zult in de preken wellicht veel horen: Van eeuwigheid heeft God een volk liefgehad. Denk erom, u bent ‘nu’ verantwoordelijk! Denk aan uw verantwoordelijkheid! Bekering gaat natuurlijk over het hart, een ander hart, maar ook een andere wil en een ander hoofd. Laten we de zaken niet los van elkaar maken. Satan heeft een groot probleem wanneer u vlucht, zoals u bent, tot Christus. Vergeet niet: satan is als een blaffende hond. Hij blaft, blaft en blijft keffen, maar hij ligt aan de ketting.

En toch wij hebben als mensen maar twee mogelijkheden. De Bijbel is heel duidelijk. De Bijbel is helder. De Bijbel is radicaal. Of we zijn voor Christus en we zien iets van Zijn liefde. Of tegen Christus, omdat we geen liefde hebben voor Hem. Die de Zoon heeft, die heeft het leven en die de Zoon niet heeft, die heeft het leven niet. We nemen God aan als Jezus Christus, we nemen het Woord aan (biddend en pleitend), niet in eigen kracht met vallen en opstaan, wie God de Vader heeft aangenomen, laat zich ook door de Heilige Geest leiden. Jouw aannemen berust in Gods aannemen, waarbij jouw lege zondige hand, zich in de Vaderhand mag leggen, die Vader die vol genade en ontferming is. En die hand van de Belofte in het Woord, die zoveel meer te bieden heeft.

Wil je God in Christus blijven afwijzen, dan wacht je een ernstig oordeel. Maar je beseft nog niet half hoe ernstig dat is. Het evangelie is radicaal. God heeft recht op ons leven. Misschien ben je gedoopt. Gedoopt voor het leven, dan mag je pleitend met lege handen tot Christus gaan en komen. Aanhouden en God aanvaarden is God op zijn Woord gehoorzamen en aannemen.

Bij aannemen hoort ook aanvechting. Maar met jouw ervaringen over die aanvechting zal je ook meer gaan leren dat je daarin niet voor God kan bestaan. Je zult met jouw leven tot een complete overgaven moeten komen. Overgave voor wat en waarin? Je overgeven met al je vrome praatjes en eigen werken. Het zelf willen doen. Dat grote werk, namelijk jouw goede gedrag, dat heeft Christus via het Zoonschap volmaakt voldaan. Christus heeft aan het Kruis voor al jouw zonden voldaan, wanneer je je gaat wegzinken en wegschamen.

Je mag dan zien dat Christus het Fundament is. Je zoekt houvast in het feit dat Christus de Rots is waar je altijd kan schuilen. Je ziet een opening in jouw geloof, dat Christus de Deur is, waar je door de poorten van het Evangelie vergezichten mag zien, alleen in Jezus Christus. Hoeveel je zonden ook zijn. Wat je zonden ook zijn. Bij God is vergeving en genade. In Zijn Zoon worden alle zonden bedekt en zelfs gedeleted in een eeuwige zee van ‘vergetelheid’. 

De bijbelse weg, het hart van het Evangelie is deze: God biedt Zich aan in Christus Jezus, via Zijn Zoon door de weg van geloof en bekering. God eist en God belooft. God biedt genade aan. Aan wie? Aan iedereen die met zijn zonden vast loopt. Wie met zijn zonden bij Christus komt, mag zijn houvast ervaren in Christus. Dat zien op Christus, is een ervaring, maar ook een zeker weten. De wetenschap dat jouw leven geborgen is in Christus.  De Schotse predikant Ralph Erskine kan daarom over de tekst “En Ik zal U geven tot een Verbond van het volk” (Jesaja 42:6) schrijven: “God zegt: Ik zal Hem geven, het is Mijn wil om dat te doen. Het geloof zegt: Uw wil geschiede en zo neem ik Hem aan, naar Uw wil; amen, zo zij het. En heel het volk zou amen moeten zeggen. Ieder voor zich zou amen moeten zeggen op wat God aanbiedt, Christus moeten aannemen en op Hem alleen rusten tot zaligheid, zoals Hij wordt aangeboden.

Andrew Fuller schrijft in zijn boek ‘Aller aanneming waardig’: “Christus aannemen veronderstelt een besef van zonde en van ons blootstaan aan het rechtvaardig ongenoegen van God”. Fuller gaat verder: “Het is een grote fout om het gevoel van de zonde voor te stellen als een voorwaarde die recht geeft om de Zaligmaker te ontvangen en zo de nodigingen van het Evangelie voor te stellen alsof ze gericht zijn aan gevoelige zondaren”.
 
En laten we eerlijk zijn, wanneer we het goed hebben met ons gezin, onze eigen kerk, een mooie baan, een fijne vakantie, een leuke vriendengroep, wanneer het ons financieel voor de wind gaat, waarom hebben we dan Christus nodig? We hebben een goede predikant, een fijne kerk, een goede politieke partij, een uitdagende leeromgeving, een interessante studie, een intensieve hobby. Het evangelie is dan een vreemde ‘leer’. De preek is lastig, altijd hetzelfde liedje. Je kunt het wel dromen: Genesis 3, zondeval, zondig, zes scheppingsdagen (even nu niet debatteren). Er is wel een komma, maar niet voor mij, dat zal wel zo zijn? O ja? We knikken instemmend tijdens de kerkdienst . Of luisteren we knikkenbollend? Daarna knikken we tegen onze eigen afgoden. We gaan van maandag tot en met zaterdag gewoon weer verder. Verder met ons eigen ding. Niks aan de hand? Alles aan de hand! De Hand van God van het Woord van de beloften niet voor waar aannemen. Ongehoorzaam zijn. Niet geloven. God niet op zijn Woord geloven. God verdacht houden. God betichten dat Zijn Woord niet waar is.  Je kunt wel een ‘zware’ leer aanhangen, maar is de zonde voor jou dan als ‘verlichting’? 

Zou je het gewoon eens niet durven om naar Christus te gaan en Hem aan te nemen op zijn Woord, met je vinger bij het Woord en een andere vinger leggend op jouw voorhoofd. Belijdend: ik ben gedoopt. Lijdend aan jouw zondigheid? Lijdend aan jouw telkens verkeerde verlangen en wil? Is dat geen heilige verplichting? Die Heilige God, Die met Zijn drie Namen en Personen Zich aan jouw leven heeft willen verbinden? Denk daar eens over na!

Nog een citaat van Ralph Erskine: Het evangelische geloof neemt Christus aan op de evangelische voorwaarden, zoals Hij in de belofte van het Evangelie wordt aangeboden. Dat geloof zegt: O, ik durf Hem niet te beloven, maar ik neem Hem aan, omdat Hij alles aan mij belooft. Gezegend  zijn de vrije en almachtige genade! Want als er maar iets van mijn goed gedrag of mijn toekomende dienst afhing, dat moet ik vrezen dat alles verloren is. En daarom neem ik Christus en de belofte aan voor alles. O! hoe zalig is dat voor mij , dat Hij mij alles belooft heeft, want ik kan niets beloven. Daarom zal ik mij vasthouden aan de belofte van zaligheid en van heiligmaking.’ 

Ds. G. Boer zegt het zo in een preek: “Wat is nu de kernbelofte? Ik wil uw God zijn. Ik zal uw God zijn. En gij zult Mijn volk zijn. Dat is de ene kernbelofte van het Evangelie. Ten diepste is dat niet een operatieveld van het verdorven verstand, maar dat is Christus, de Belover: de Christus Gods, van de Vader gezonden in de kracht van de Geest…  Alles in die ene belofte! De belofte van het Evangelie geloven is ten diepste: in Christus geloven. Dus zo dikwijls als u onder de prediking van het Evangelie, en daarbuiten, die belofte van het Evangelie met een waar geloof aanneemt, met een waar geloof omhelst, zijn al uw zonden van Godswege vergeven. 

De broer van Ralph, Ebenezer Erskine, eveneens predikant, schrijft: “Ik roep u heden toe, om zonder uitstel Gods verbond, dat hier door de regenboog rondom de troon wordt  voorgesteld, in de kleur van de steen smaragd, aan te nemen… Welnu, doe dan hetzelfde met Gods genadeverbond. Neem dit verbond en de trouw door Christus, Die hierin vertoond wordt, aan tot uw verlossing en bevrijding (van de vloed van eeuwige toorn, die u voor eeuwig dreigt te verzwelgen)”.

John Owen schrijft over Efeze 1 vers 5-7: “Het was Gods voornemen ons aan te nemen als Zijn kinderen. De aanneming tot kinderen zouden wij verkrijgen door Jezus Christus in de bijzondere weg van de verzoening door Zijn bloed, geheel en al ter meerdere glorie van Zijn heerlijke genade”.

Joel Beeke heeft een mooi boekje, “Jezus navolgen”, geschreven. Wat zijn de kernnoties? Navolgen, zoals Jezus heeft gewandeld. Wat houdt dat volgen in? Meelijden met mensen. Vrede zoeken met de ander. Je kruis dragen. Trouw zijn. Groeien in Christus. En bij aannemen hoort ook aanvechting. Geloven in Christus is ook niet romantisch. Met vallen en opstaan. 

“Laat ons dus Christus aannemen, die ons vriendelijk is voorgesteld en die ons tegemoet komt. Hij zal ons tot zijn kudde rekenen en in zijn stal besloten houden” (W. Kolfhaus).

Johannes Calvijn: “Deze vastheid is met de roeping verbonden. Uit het woord en uit de gelovige aanvaarding van dit Woord (Christus) zijn wij verzekerd van onze verkiezing. God neemt ons niet aan vanwege het feit dat onze bekering de grond van de vergeving is. Maar God neemt ons aan op grond van Zijn Barmhartigheid. Omdat God ons ook uit genade vernieuwt en wij deze gave door het geloof aannemen. Het gaat in het geloof om het aannemen van de belofte en dat kan alleen door de wil tot stand worden gebracht. Geloven is ook een daad van de wil. De enige grond van de geloofszekerheid is Jezus Christus, de Gekruisigde Christus. Onze zaligheid ligt niet verankerd in onze bekering, maar in Christus. Onze zaligheid is niet afhankelijk van de gevoelige ervaring en de tranen, maar van de vaste geloofskennis in het Fundament: het Offer van Christus, Zijn Zoon. In Christus is het offer van Jezus een open Evangelie. De Bijbel kent niet een aparte bijlage met een namenlijst van uitverkorenen. Het Evangelie verzekert ons toch dat ieder die in de Zoon gelooft het eeuwige leven heeft (Joh. 3:16) en dat allen die in Hem geloven de vergeving der zonden ontvangen. Ieder die gelooft mag dus, omdat hij gelooft, zich stellen onder dit algemene aanbod en aannemen dat hij de vergeving der zonden heeft ontvangen. Dat dit mogelijk is, is te danken aan de Heilige Geest, die iedere gelovige ontvangt en die met onze geest getuigt, dat wij kinderen Gods zijn (Rom. 8:16). Ja het is mogelijk om zekere wetenschap te hebben dat je geloof vast en waar is. Niet door jouw verdienste, maar door Christus, in jou, gewerkt door de Heilige Geest.”

Kijk uit met het onderscheid van het eerst gelovige zien op de beloften en dan pas aannemen. Zien is aannemen. Zien is hebben. Zien is ervaren en weten. Geloven is weten en ontvangen om nog meer te weten over God. Aannemen en God omarmen -aanvaarden-  is het wezen van het geloof. 

Je kunt Christus wel op een verkeerde manier (onheilig) aannemen, maar nooit te vroeg aannemen. Niemand is er te slecht voor. Wij zijn er eerder te goed voor. 

In de rubriek Beroepingswerk van  het Reformatorisch Dagblad zou het heel vreemd overkomen als ongeveer zoiets staat: “Ds. … mocht nog in alle vrijmoedigheid in de hebbelijkheid en in de dadelijkheid, bij de aanvang en de verdere voortgang het op hem uitgebrachte beroep  aanvaarden, niet in eigen kracht. Er staat gewoon: aangenomen. En dat is Bijbels. 

Dit artikel is eerder gepubliceerd op Refoweb.nl, 14 november 2017.

31-01-'20 – 1931

’20-01-31′ – een ander idee over GG-uitspraken 1931, publicatiedatum: 31-01-2020

Het Genadeverbond – Doop – Beloften – Geloof

  1. Wanneer je naar de kerk gaat en gedoopt bent, dan domineert het Genadeverbond in jouw leven. De uitverkiezing is iets van God Zelf. Toen jij geboren werd besloot Gods iets raadselachtig verborgen voor jou. Dat was positief. Zijn verlossingsplan ligt klaar. In de doop onderstreept God jou, dat Hij via Zijn Namen een verbintenis met je aangaat. God onderstreept bovendien dat Hij Jouw Zaligmaker wil zijn. Dat schept verplichtingen. Heilig leven. Zo domineert Het Verbond de verkiezing. Er is wel een relatie tussen die twee, maar God vindt de relatie tussen Hem en jou belangrijker. Dat zegt de Bijbel, en daarmee heeft God Zich openbaar gemaakt voor jou. In de Bijbel kan je alles lezen over God. Belangrijk is dat je het Oude Testament door de bril van het Nieuwe Testament moet lezen. Dat is wel handig. Dus, in de tijd werkt wil God genade in je leven geven. Via het genadeverbond werkt God ‘tijdelijk’ in van jouw leven. Omdat God in Zijn Verlossingsplan – of het verbond van de Verlossing – iets vond met Zichzelf, mag je daarom altijd via de Bijbel pleiten op je doop. Niet omdat jij er iets over mag vinden, maar omdat God dat ‘heel fijn’ vindt. Zoeken naar God betekent zeker ook gevonden worden door God. God liet dat zien in het Oude Testament, God liet het ook zien in het Nieuwe Testament. En God beloofd dat en beloont dat, nog steeds. Even een klein ding; de Kern van het Verbond, of de middelste kring van het Verbond is voor iedere kiezer van het geloof, die God gekozen heeft. De kring van het Verbond dat ben je zelf. De kring van het verbond is dus iedereen die naar de kerk gaat, niet zo maar een beetje, maar het liefst iedere zondag, naar vermogen. Iedere kerkganger behoort tot de kring.
  2. De Bijbel spreekt helder. Dus wat je daarin leest, is voor jou, dat is vers 1. Of je er iets mee kan (vers 2), mag je altijd aan God vragen. Maar God weet Raad met Zichzelf. Zo heeft Hij in Christus, voor dat jij al geboren werd, een Plan van Aanpak gemaakt: de Vrederaad, of het Verbond van Verlossing. Verlossen wil gelijk zeggen bevrijden, omdat wij in zonden gevangen zitten. Het Verlossingsplan of het Verbond van de Verlossing is het meest ultieme en bijzondere plan van God. Daarin besloot God met Zichzelf om heel veel mensen en kinderen te verlossen. God is uit op ons behoud. Dat kan God, omdat God liefde en barmhartig is. Dat recht heeft God op jou, dus wil God wat Hij van jou vraagt, ook geven. Dat is genade. In die raad van Vrede, heeft God de Vader aan de Zoon gevraagd: wil jij betalen? Ja, zegt God de Zoon, ik ZAL betalen. En de Geest wil dat graag in je hart effectueren.
  3. Even nog iets over de kern van het Genadeverbond. Volgens de Bijbel is Adam hoofd van het werkverbond. Adam was namelijk helemaal goed. Echt een ‘super’-Adam. Hij kon gewoon zijn ding – God loven en prijzen en genieten van de hof met de dieren – doen, en daarmee was Adam met Eva helemaal ‘recht’ voor God, vandaar dat het werkverbond voor God voldoende was. Adam was volmaakt. Adam viel, en dat het nogal wat voeten in de aarde. Hij vluchtte samen met Eva op zijn blote voeten zo snel mogelijk uit de Hof, maar God haalde hem in. Dat had God al via Zijn plan van Aanpak – het Verlossingsplan gereed, maar het plan van aanpak in de tijd volgde met de diepe stap van Adam en Eva, het Genadeverbond richtte God op. God was Adam een stop voor. Abraham kon uit geloofsgehoorzaamheid gehoor geven bij het offeren van zijn beloofde zoon Izak. De VerbondsGod zei: Offer je Zoon. En zoals Abraham als Hoofd van het Verbond kon zeggen: Zie hier ben ik, zo mag jij ook zeggen tegen de Heere: zie ik luister naar U, omdat ik gedoopt ben. Zo geef je gehoor aan wat God in de Bijbel tot je zegt. Abraham is dus het hoofd van het genadeverbond, en daarmee inclusief alle volken en families, en dus jij vooral. Christus Jezus, de Kurios is het Hoofd van het Verbond van de Verlossing. Dat is een hele belangrijke zin, maar zet deze tussen haakjes, als een soort denkwijze, dat is altijd al gebeurt. Dat heeft De Heere ooit – heel moeilijk – in de eeuwigheid, dus een keer, besloten.
  4. Het genadeverbond kent twee partners. Jij bent dat. En nog hoger, nog verhevener, God is dat. Nu moet je even gelijk bedenken dat deze partners op geen enkele manier gelijkwaardig zijn. God en mens. In die volgorde moet je altijd luisteren naar wat God zegt, en past het ons wel om eerbiedig te luisteren naar het plan van God in je leven. Omdat het over God en mens gaat, gaat het ook over God en Adam, of over God en Abraham. Of nog wat directer, over God en jij als gedoopte verbondspartner. Dus gaat het over God en Zijn Verbondsgemeente. Over God en de kinderen van de gemeente, inclusief alle zieke leden en alle gehandicapte leden en alle leden die allerlei soorten lastige dingen in een rugzak dragen. Abraham representeerde ook alle mensen. De kern gelovigen worden niet op hun eigen gevoel bij de les van God gelezen. De gelovigen geloven steeds door hun groei in het geloof, dat de Vastheid vooral buiten hun gevoel in God en Christus als Fundament vastligt. Het is mooi om te zien dat de gelovigen zich bewust worden, ze reflecteren op het werk van de Heilige Geest. Wat een effect is dat! Nog even een rijtje: soms kan je ze in een volgorde zien, maar dat is nog niet zo’n ding, het gaat erom dat ze als ‘heilige’ tool leert gebruiken bij je geloof; roeping, heiliging en dan weet je of je gekozen ben door God. Even nog iets over een bijzondere keuze van God. God heeft belooft dat bijvoorbeeld jonge baby’s, of kinderen die sterven, ‘zomaar? ‘, nee niet zomaar, maar heel bijzonder ook gekozen zijn, uit genade, als in de kern en de wijder kring van het verbond – dus inclusief – altijd bij God in de Hemel zijn.
  5. Het genadeverbond heeft ook een ‘public domain’, je kan dat vergelijken met een platform, of nog beter de kring van het Genadeverbond. Een iets ouderwetser woord is de ‘bediening’ van het verbond. Die kring is breder dan de kern, zoiets als de ‘hardcore gelovigen’. Hardcore kan je in verband brengen natuurlijk met een sport, hobby, of in ieder geval er ‘vol’ voor gaan. De kring moet je vooral zien als de lokale gemeente, de kerk waar je thuis bent. Dus gewoon mensen die naar de kerk gaan. De kern van de gemeente, zijn de zeg maar, de meest gelovige gelovigen. Zij willen dat ook doen, doordat ze liefde van God ontvangen, gehoor en geloof daarin willen geven, maar ook deze liefde tot de Heere willen delen met anderen. Getuigen van de Goede God. Dat kan je zien bij alle gelovigen. Soms zie je dat gewoon, omdat ze ‘iets net iets anders doen’ dan anders. Dat werkt de Heilige Geest. Ze hoeven ook niet perse andere kleding te dragen, maar het is een soort uitstraling en je hoort dat aan het spreken, over God en over mensen. Die harde kern praat altijd liefdevol over God; zelf vinden ze van niet – als ze niet in de ‘geestelijke flow’ zijn, maar het wordt zeker door de ander wel gezien. Die hardcore gelovigen hebben natuurlijk alles met de kring van de gemeente. Het liefst willen mensen die echte fans zijn van de kern van het Evangelie natuurlijk dat de hele kring ook gaat geloven. Maar het is niet zo dat kring en kern twee verschillende groepen zijn. God weet dat het beste, dus de kring als de hardcore gelovigen hoeven zich ook niet zo druk om te maken, wie wie is. God Zelf gaat over Zijn eigen domein. Via het geloof ga je via de kring van het verbond naar de kern van het verbond.
  6. Ieder christen die in zichzelf als dood – de tien geboden prikkelen – gaat zien, op zoek gaat naar het Evangelie, wil gaan leven met Christus en door Jezus Christus, die het Leven geeft. Zo’n gelovige zoeker voelt zich meteen ook verantwoordelijk voor zijn doen en laten. Ze willen ook met Christus levend gemaakt worden, of een nieuw schepsel van de Jezus Christus worden. Ongelovig of gelovig. Beter is het laatste. Het eerste kan een grote worsteling zijn. Je gaat niet eerst geloven, tenzij je ‘opnieuw’ geboren wordt, en dan ga je Het Koninkrijk dus echt zien, en daarmee kom je dus echt in een nieuw Koninkrijk van God binnen. Je komt dan wel uit bij de Koning van dit nieuwe Koninkrijk. Niet door een bijzondere of mystieke ervaring, overigens. Verder is het zo dat ieder persoon mooi en bijzonder is. Je bent dus een mooi mens! Je bent een schepsel van God. En je kan een Kind van God worden! Dat, terwijl wij wel de erfenis van Adam zomaar op ons hebben, en die is niet zo mooi. Wij zijn zondig en wij blijven dat ook. Wij zijn dus gevallen, maar God kan ons redden. Zo is het dan ook heel apart, dat we in Christus ‘nieuw’ worden, maar ‘oud’ (via de zonden) blijven, tot dat we sterven. Dat is dus net als een pot Duo Penotti, of een pak Dubbelvla. Je hebt twee kleuren. Wit en bruin. Wit en roze. Overigens is geloven niet alleen maar rozengeur en maneschijn… Als gelovige ben je daar ook zelf bij. Terug naar het pak Dubbelvla, als metafoor; de oude mens (zwart) en de nieuwe mens (wit). Het mooiste is natuurlijk als de nieuwe mens gaat groeien, dus dan wordt de witte kleur meer, en gaat de zwarte kleur verdringen. Als je jouw heiliging niet serieus neemt, dan lijkt je leven op een pak Dubbelvla maar wel een beetje door elkaar. Dat wil de Heere eigenlijk niet. Daarom zal de Heilige Geest er dan ook heel veel aan doen, om je door elkaar te schudden, zodat toch uiteindelijk de witte kleur gaat domineren. Paulus was zo’n figuur. Hij ijverde wel, maar was niet op God gericht. Hij wist veel over de wet, maar hij kende God en de liefde tot God niet. Daarom zette God stevig in, God pakte door in zijn leven. Paulus kreeg in Damascus dat ook een stevig pak slaag. Het was zeg maar zwart, maar het moest in een andere kleur worden. Dit is natuurlijk een beetje extreem. Daar ligt de lat ook niet. Paulus kon natuurlijk wel met een gerust hart zeggen, daar in Damascus ging ik voor de bijl. De normale bekering – en dat is al heel bijzonder – is tot het geloof komen in Jezus Christus, door weg van de geleidelijkheid, door de Bijbel te lezen en te bidden. Beter is als jouw twee kleuren – op een evenwichtige manier – elkaar gaan verdringen. Niet door elkaar, want heiliging betekent ook wit worden, rein worden. En dat door het Bloed van Jezus Christus. Dan kan door de heiliging. Reiniging in goede orde en in rust, is ook wel het meest bijbels. Mediteren met God. Lees vooral het Nieuwe Testament en kijk hoe Jezus rond ging met diverse wonderen en gelijkenissen. Dat kan je als model zien: je bent wel verandert, je kan dat herinneren aan bepaalde dingen in je leven, maar niet in een zeer extreme mate. Dat komt omdat je Verbondskind bent, en bijvoorbeeld al jaren in de kerk komt, en zo wordt een Verbondskind een gekozen (verkoren) kind door God. Het is een ander verhaal wanneer je natuurlijk allerlei foute dingen doe, waarmee je uiteraard God geen plezier mee doet. God vindt dat niet fijn, en kijk er maar voor uit. Pas ermee op! We zijn niet perfect, maar wel bijzonder gemaakt door God. Wie God wil kennen, gaat iets beseffen dat Hij altijd anders doet, anders werkt, en dat Zijn Plan altijd anders gaat. Daarom leer je de Bijbel in de spiegel van de wet je leven te zien, maar je wilt ook herleven, en je geloof herzien – je komt erachter dat je God steeds meer en meer wil leren kennen – doordat God jou in de spiegel gaat kijken. Dat is de geloofsgroei die alleen de De Heilige Geest via de Sleutel van het Woord in jouw leven de juiste richting in duwt. Het betekent ook dat Christus jouw leven gaat bepalen en Christus biedt Zich aan jou, via beloften van genade, via Zijn Woord, Zijn Evangelie en Zijn Genadeverbond. Dat staat naast elkaar, niet boven elkaar, en is ook niet afzonderlijk bepaald. Woord van God, Evangelie en genade en Verbond en verlossing en verzoening en vergeving van zonden, zijn zaken die betrekking op een zoekende gelovige. Dat leer je op Zijn tijd en met de genadeklok erbij, door dat aan te nemen, en te geloven, maar vooral vasthoudend te pleiten. Niet omdat je zo’n goede gelovige bent, maar omdat je lege hand, als niets bezittende en ook niet omdat je echt recht erop hebt, maar omdat God het uit Genade jou wil geven. Zo mag je naar God toe gaan. Altijd. Al voor dat jij geboren was, wilde God tegen je zeggen. Je bent van Mij! Meneer Johannes Calvijn noemde dat al een bijzondere verkiezing. De liefde van God is voor alle mensen op deze wereld beschikbaar gemaakt door Zijn Zoon, zie Johannes 3 vers 16. Deze tekst wordt slechts effectief bij die vele mensen, die God aannemen. De hemel komt voller met mensen, dan de hel… Het Offer van Christus is ‘algenoegzaam’, maar er is een Zaligmaker die aan het Kruis hing, voor hen, die echt in Hem gaan geloven. Hardcore gezegd: dat zijn mensen die zonder God niet kunnen leven en sterven. En zo wil God deze mensen ALLES geven: De Gekruisigde Zaligmaker, Jezus Christus.

Hieronder volgt de tekst van de leeruitspraken 1931 van de Gereformeerde Gemeenten zoals gepubliceerd in De Saambinder 52e jaargang nr. 39, 26 juni 2014, 6. De tekst wijkt tamelijk sterk af van de tekst die J. Blaauwendraad geeft in De leer tegen het licht (2000). Er zijn twee versies, de beknopte werd ingebracht op een Particuliere Synode (Noord, 1929), de uitgebreidere werd dan vastgesteld door de Generale Synode van 1931. Zie beide versies hieronder:

  1. Dat er geen wezenlijk onderscheid te stellen is tussen het Verbond der Verlossing (van eeuwigheid) en het Verbond der genade;
  2. Dat de Heilige Schrift slechts twee verbonden kent en niet drie: namelijk het Verbond der Werken en het Verbond der Genade;
  3. Dat Christus is de tweede Adam van Wien de eerste Adam als hoofd van het Werkverbond een voorbeeld was (Rom. 5:14) en dat Romeinen 5:12-19 zeer duidelijk handelt van de twee Verbondshoofden;
  4. Dat wel het Genadeverbond van eeuwigheid met de uitverkorenen in Christus is opgericht, maar de openbaring van het Genadeverbond in de tijd eerst volgt op de verbreking van het Werkverbond. (door deze openbaring is te verstaan de oprichting van het Verbond met de uitverkorenen, die in de tijd der minne in het Verbond worden ingelijfd);
  5. Dat wel het Genadeverbond een uitwendige openbaringsvorm heeft, die onder Oud en Nieuw Verbond wisselt, en velen omvat die verworpenen zijn, maar dat alleen de uitverkorenen in het Verbond der Genade wezenlijk begrepen zijn;
  6. Dat de verantwoordelijkheid van de mens wortelt in de schepping, krachtens welke schepping God van de gevallen mens Zijn beeld terugvordert. Die verantwoordelijkheid wordt te groter door de bemoeienissen die God met de mens maakt, als duidelijk blijkt o.a. uit Lukas 10:13-15.

Bijlage in Blaauwendraad (2000)

De Generale Synode van de Gereformeerde Gemeenten (1931) sprak uit:
1. Dat het Verbond der Genade staat onder de beheersing van de uitverkiezing ter zaligheid, dat het wezen des Verbonds daarom alleen geldt den uitverkoornen Gods en nooit gelden kan het natuurlijk zaad. Dat aard en wezen van het Verbond der Verlossing en Verbond der genade één zijn en niet twee. In wezen is het één Verbond.
2. Dat de Heilige Schrift slechts spreekt van twee Verbonden in betrekking tot des menschen eeuwigen staat, namelijk het Verbond der Werken en het Verbond der genade.
3. Dat wat het wezen des verbonds betreft, de Heilige Schrift alleen spreekt van twee Hoofden; Adam hoofd van het Verbond der Werken, Christus Hoofd van het Verbond der Genade, volgens Romeinen 5: 12 + 19; 1 Korinthe 15:22, enzovoorts.
4. Dat een verbond in zijn wezen twee partijen kent; dat gelijk God met Adam, als vertegenwoordigend hoofd van al zijn zaad, het Verbond der Werken heeft opgericht, alzo met Christus, als het vertegenwoordigend Hoofd van al de Zijnen, het Verbond der genade is opgericht, terwijl het (subjectief) wordt opgericht met de uitverkoornen, als zij door wedergeboorte en geloof in de tijd in dat verbond worden ingelijfd.
5. Dat het Verbond der Genade van God een bediening heeft ontvangen, een openbaringsvorm, die wisselde en die meerderen omvat dat de uitverkoornen Gods. Deze laatsten echter alleen zijn wezenlijk in het Verbond begrepen.
6. Dat de verantwoordelijkheid van elk mens wortelt in de schepping. Geschapen naar Gods beeld, eist God van de gevallen mens Zijn beeld terug. En die verantwoordelijkheid is groter, naarmate God met hem meer bemoeienissen maakt. In het bijzonder wordt de verantwoordelijkheid groter door de ernstige aanbieding van Christus en de verbondsweldaden in het Evangelie, als blijkt uit vele plaatsen als: Ezechiël 33:11; 2 Korinthe 5:20; Mattheüs 23:37; Lukas 10: 13-15; Johannes 3:36; Openbaring 22:17 enzovoorts.

Wachet Auf

Het koraal Wachet auf, ruft uns die Stimme (1599) met tekst en melodie is van Philipp_Nicolai (1556-1608). Dit koraal is van oudsher bedoeld als  muziek die ten gehore werd gebracht tijdens de eucharistie.

“Wachet auf,” ruft uns die Stimme. Der Wächter sehr hoch auf der Zinne, “Wach auf du Stadt Jerusalem! Mitternacht heißt diese Stunde!” Sie rufen uns mit hellem Munde: “Wo seid ihr klugen Jungfrauen? Wohlauf, der Bräutigam kommt, Steht auf, die Lampen nehmt! Halleluja! Macht euch bereit, zur Hochzeitsfreud; Ihr müsset ihm entgegen gehen!”

Zion hört die Wächter singen, Das Herz tut ihr vor Freuden springen, Sie wachet und steht eilend auf. Ihr Freund kommt vom Himmel prächtig, Von Gnaden stark, von Wahrheit mächtig; Ihr Licht wird hell, ihr Stern geht auf. Nun komm, du werte Kron, Herr Jesu, Gottes Sohn!

Hosianna! Wir folgen all, zum Freudensaal. Und halten mit das Abendmahl. Gloria sei dir gesungen. Mit Menschen- und mit Engelzungen, Mit Harfen und mit Zimbeln schon. Von zwölf Perlen sind die Tore. An deiner Stadt, wir stehn im Chore. Der Engel hoch um deinen Thron. Kein Aug hat je gespürt, Kein Ohr hat mehr gehört. Solche Freude. Des sind wir Froh, Io,io! Ewig in dulci jubilo.

Tussen 1908 en 1910 componeerde Sigfrid Karg-Elert (1877-1933) maar liefst 66 Choral-Improvisationen für Orgel, met als opusnummer 65, waaronder ‘Wachet auf, ruft uns die Stimme’, gespeeld door Hendrik Jan van der Heiden. Hendrik Jan speelt dit stuk op het Stahlhuth-Jann – orgel St. Martinikerk Dudelange, Luxemburg.

Ziekenbezoek

Donderdagavond 23 januari 2020 heb ik alleen mijn ouders bezocht in Alblasserdam. Ook nog even wat psalmen gespeeld op het orgel; psalm 84, psalm 119, psalm 25 en psalm 121 met ‘Wat de Toekomst brenge moge’. Dat raakte mijn vader. ‘Wat een mooie akkoorden’. Ik zei: ‘Zo, doe ik dat al vele jaren.’ Mijn vader: ‘Ja, maar het klinkt nu anders.’ Gewoon even als zoon bij mijn ouders, niks meer, niks minder. En dat was een rustig en fijn moment.

Zaterdag 25 januari hebben we samen met Laurentien mijn lieve ouders bezocht. Een week daarvoor overigens met Sebastian en twee begeleiders. Was ook super!

Zelf ging ik tussendoor naar mijn oom Hans & tante Nella van Leeuwen-De Romph in Oud-Alblas. Oom Hans was jarenlang ouderling in de CGK te Dordrecht. Tante Nella is een zus van ds. B. de Romph.

Overigens, wat is Oud-Alblas toch een mooi dorpje in de Alblasserwaard!

We hadden een goed geestelijk gesprek, aan de keukentafel. De Heere is getrouw in onze kring van de familie van ds. H. van Leeuwen. God werkt door de geslachten heen. Dat is de rode draad!

Mijn vader gaat wel erg hard achteruit. Maar we hebben hoop en perspectief. Na het avondeten, las ik voor uit Romeinen 8 en een gedeelte uit Romeinen 9.

Wat was de apostel Paulus toch een diep geleerde christocentrische man, alles draait om Christus en Zijn werk. En daar mogen wij veel van lezen en leren.

Mijn vader knikte instemmend en zei af en toe: ‘JA’. Wat een goed moment!

Na het eten hield mijn vader nog even het zojuist verschenen boekje vast, ’30 redenen waarom ik van de apostel Paulus houd.’ Mijn vader: ‘John Piper!’

Helaas, meer kan mijn vader bijna ook niet meer vertellen.

Maar, ‘In de grootste smarten, blijven onze harten, in de Heere gerust’. God is groot en goed voor ons.

We hoeven God niet te bewijzen. Hij is bij ons! God is de God van Alblasserdam, Oud-Alblas, Apeldoorn en natuurlijke heel de wereld.

God is de Schepper van hemel en aarde. Niks gaat er buiten Zijn heilige Wil om. Dat is Voorzienigheid. Daar kunnen we slechts iets van stamelen. De Lofzang klinkt uit de stilte en de diepte. Laten we daar ons vooral over verbazen en verwonderen.

Op 3 januari 2020, schreef ds. W. A. Zondag, in het RD een artikel ‘Geloven in God, die lijden toelaat’. We citeren de laatste zinnen: ‘Wie God als Vader mag kennen, leert zich ook aan Hem toevertrouwen. Leert Zijn handelen, ook het kastijdende handelen, te aanvaarden. Dat is wel wat anders dan Hem ‘begrijpen’. Dat kan trouwens niet eens. God is veel te groot dat wij Hem zouden begrijpen. In plaats daarvan leren Zijn kinderen bidden ‘Uw wil geschiede.’ Te leren erkennen ‘wat Vader doet, is goed’. Met de Heidelberger Catechismus leer ik dan ook belijden dat ik de almachtige Vader zo vertrouw dat Hij ‘al het kwaad dat Hij mij in dit jammerdal toeschikt , mij ‘ten beste keren’ zal (HC 9). Toeschikken… Hij kon het tegenhouden, maar deed het niet.

De laatste preek van mijn vader was een preek over HC 10…

We citeren ook nog even de rubriek Welbeschouwd, RD Accent 25 januari 2020 door ds. J. M. J. Kievit met als titel ‘Stervenstroost voor een christen’: ‘De les: als God ons ‘op een onvoorzien moment tot zich roept’, moeten we, aldus Ursinus, die troost bij de hand hebben om ons eraan vast te klampen. Het zal duidelijk zijn: die troost heeft een naam. De naam van de Trooster bij uitstek: Jezus Christus.’

Roelof ten Voorde

Het kerklied Neem, Heer, mijn beide handen is een vertaling van ‘So nimm denn meine Hände’, een lied van Julie Katherina von Hausmann (1826-1901). Von Hausmann schreef het lied in 1862 net toen haar verloofde – een lutheraans predikant – stierf aan een infectieziekte in Afrika. Het lied werd opgenomen in de ‘Oude Hervormde Bundel’ van 1938. De melodie is van de Duitse componist Philipp Friedrich Silcher (1789-1860). Silcher moet gezien worden als de oprichter van het populaire koorrepertoire het zogenaamde ‘Kleinmeister’. Omdat Philipp Friedrich Silcher muziekdirecteur was aan de Eberhard-Karls-Universiteit Tübingen, kon hij meer dan 320 Duitse liederen schrijven voor diverse koorbezettingen met en zonder pianobegeleiding.

Neem Heer mijn beide handen, en leid uw kind, tot ik aan d’ eeuw’ge stranden de ruste vind! Te zwaar valt m’ elke schrede, als ‘k U verlaat. O, neem mij met U mede, daar waar Gij gaat.

Mijn grote vriend Roelof ten Voorde, zakenman en wijnhandelaar uit Teuge citeerde regelmatig dit gezang. Volgens eigen zeggen had hij dit lied van zijn moeder geleerd.

Roelof was een selfmade zakenman. Opgegroeid als boerenzoon in Teuge, bekend van het vliegveld. Roelof was slim, gewiekst en vooral zakelijk. Hij heeft zijn leven lang hard gewerkt. Delicatessen, wijn, kerstpakketten. Op jonge leeftijd hielp hij overdag zijn ouders met het bedrijf, en ’s avonds ging hij naar de handelsschool.

Roelof had een groot zakelijk talent en verstand van geld. Rekenen uit het hoofd en denken in grote lijnen met Hollandse nuchterheid typeerde hem. Hij was wel een wijnkenner en zeker niet wereldvreemd. Het RD spelde hij en doorzag scherp vele menselijke dingen in de christelijke kringen.

Dat scherpe verstand bleef wel tot op latere leeftijd. Jammer dat hij geen universitaire opleiding gedaan heeft. Ik vroeg hem daar wel naar, ‘ik heb de kans daarvoor niet gehad’. Zelf vond ik dat hij dat met gemak had gekund.

Roelof fungeerde voor mij een beetje als adviseur. Coach zouden we nu zeggen. Van hem heb ik in ieder geval leren denken.

Overredingskracht met argumenten beheerste hij als geen ander, tegenspraak vond hij lastig.

Deze man heb ik leren kennen tot op het diepst zijn hart en ziel. Allerlei thema’s kwamen aan bod. Met als uitgangspunt: het Woord van God, het werk van de Heilige Geest.

We spraken uren over Verzoening (door voldoening), dankbaarheid, schuld, boete, berouw, bekering, toewijding, verlangen, volgen, heiliging, vergeving, en rechtvaardigmaking. Maar niet alleen dogmatisch. We wisten van elkaar ook op welke manier God loven, prijzen en volgen, ‘handen’ en voeten moeten krijgen, in het dagelijks leven.

Roelof was in zichzelf klein voor God, hoewel hij vele zaken van Zijn Meester bevindelijk had geleerd. Hij kende de ‘oefeningen’ van het geloof. Onderwijs gaven ‘de grote jongens’; Johannes Calvijn, Maarten Luther, Herman Friedrich Kolhbrugge, De gebroeders Erskine, Thomas Boston, vele Puriteinen, John Owen en Alexander Comrie.

Van de publicaties van ds. C. Harinck. “Het werk van Christus kwam in de volle ruimte naar voren”, volgens Roelof.

Door de prediking van ds. Schipaanboord werd het levenschip van Roelof van koers verandert, zo vertelde hij ooit. Zijn vrouw Dick werd liefdevoller getrokken.

Hoewel hij vele keren op de lijst van ouderling stond in de geref. gemeente van Terwolde-De Vecht, is hij het nooit geworden. Roelof: “De Heere vond dat beter voor mij, anders had ik veel ruzie gemaakt.”

Roelof noemde zichzelf een bijbelse leek, maar voor zijn allure had hij parate bijbelse kennis, meer dan gemiddeld. De Schrift verklaarde Zich aan hem, en omgekeerd kende hij de Schrift, van kaft tot kaft. Veel theologie – meters boeken – had hij, maar had ze ook nog gelezen. Kennis van de theologie en ervaringskennis kwamen op een diep doorleefde wijze bij elkaar in het geestelijke leven van Roelof.

Zelf had hij ook bepaalde ideeën met uitgebreid en digitaal zoeksysteem voor predikanten. Daar stopte hij vele uren in, en zat altijd achter de computer. Hij genoot ervan om informatiepakketjes te maken met bijbelteksten voor predikanten, als voorbereiding voor de preek. “Nee”, zei Roelof, ” ik preek zelf niet.” Hier en daar mag een predikant dat nog steeds als hulpmiddel gebruiken. “Een goede preek moet sudderen als een pannetje jus”, zei Roelof.

“En ik spreek de geloofstaal in mijn eigen woorden, hoor.”

In de voorbereidingsweek van het Heilig Avondmaal, of de week daarna zocht ik hem en zijn vrouw dikwijls op. De Heere was in het midden! We proefden en smaakten dat de Heere goed was! Tranen van verwondering en blijdschap.

Samen voelden we ons verbonden met dr. Joel Beeke uit de VS: “God volgen met hart, hoofd en handen”, zonder de Rijkdom van Gods Woord en de werking van de Heilige Geest te miskennen.

Roelof keek uit naar interkerkelijkheid. Hij was voluit gereformeerde gemeente, maar toch ook weer niet. Vele predikanten zouden hem tot onderwijs zijn, ook buiten de geref. gemeenten. Vele preken kon hij goed analyseren. Zijn gave was analytisch vermogen, en daarin verstonden wij elkaar.

Wanneer zijn vrouw in de keuken koffie klaar maakte, fluisterde hij wel eens wat, wat predikanten ook onder elkaar doen. Natuurlijk er werd ook wel eens een preek in uitlegkundige zin gekraakt. Roelof wist te goed wat er op het bijbelse spel stond.

Prof. W. van’t Spijker was een klant van Roelof. Ook in de winkel in Apeldoorn was er wel eens een goed geestelijk gesprek.

Roelof erkende God met diep ontzag, met tere vreze. En bij God was Roelof Zijn kind. Roelof was anders geleid dan zijn vrouw Dick. En toch, ze verstonden elkaar geestelijk. Zijn vrouw corrigeerde hem voor hoogmoed van wat hij van Zijn Meester ontvangen had. Omgekeerd corrigeerde Roelof zijn vrouw voor klein geloof door het onderwijs uit de Schrift en zijn boeken. Roelof was immers een man van het Woord, en woorden in de lijn van Calvijn.

Zo was God de Vader in Jezus Christus, de Heere de Vader voor Roelof. Roelof zelf ervaarde en leerde – door Christus’ volkomen Werk – zijn kindschap aanvaarden door God, met een diep inzicht van eigen tekort

Roelof is in het voorjaar van 2019 overleden, in de volle zekerheid van het geloof.

Ik mis hem en onze gesprekken wel eens, maar Roelof mist mij niet. Hij is al Thuis bij Christus. Samen met zijn vrouw juicht hij voor de Troon.

Een rijke herinnering!

De snelheid van de tijd

Ooit was ik als scholier op het station in Zwolle, jaren geleden. Mijn vader was toen predikant in de gereformeerde gemeente te Kampen. Ik was op doorreis. Iedere dag van Kampen naar Amersfoort. Leerling van het Hoornbeeck College. Overstappen in Zwolle. En als laatste met een boemeltreintje naar Kampen met als bestemming ‘De Wijde blik’, een voormalige burgermeesterswoning, nu een prachtige pastorie.

Ik zag een man. Niet alledaags. In een zwart pak, streepjesbroek, met hoed. Een waardige verschijning. Erudiet. Zeer precies en belezen, zou ik later in de media kunnen concluderen. Het was ds. M. Golverdingen. Wat bleek. Ds. Golverdingen moest een begrafenis vanuit de GG Kampen leiden. Mijn vader was ziek, hij ‘kampte’ met hartklachten. Ds. Golverdingen nam mijn vader waar.

Ik groette ds. Golverdingen. Hij stak zijn hand op en ging terug naar Groningen.

Zo zijn wij soms als mensen, we groeten elkaar, zeggen iets, en ieder gaat verder op zijn eigen levenspad. We hebben onze eigen dingen, onze eigen plannen. Ons eigen perspectief, en onze eigen mening. Wij zijn voorbijgangers. Voetgangers. We zetten een paar stappen. We reizen met de trein, de auto, met het vliegtuig, of per schip, we zoeken een bestemming. We zoeken altijd iets. Ook via google. Zeker, genade is niet te koop, niet via marktplaats, via bol.com, (uiteraard wel bronnen over de genade), nog meer staat het Woord vol met beloften voor iedere lezer, of nog beter voor iedere zoeker.

Als we ziek zijn, zijn we even uit de pas. We komen tot ons zelf, maar we kijken op de klok: wanneer ben ik beter, en wanneer kan ik weer alles gaan doen, wat ik zelf wil. We plannen opnieuw.

We vergeten iets. God kijkt over onze schouder mee. Miskennen we God in onze planning? Het ritme van de week, dag, maand, jaar, is een vast stramien. Zo plannen we, schrijven onze agenda’s vol met afspraken, en onze projecten vullen we in. Wat is Gods plan met ons? Dat valt niet mee. De tijd is jachtig, zo denken we, maar we jagen zelf. J. I. Packer schreef een boek ‘Jagen naar Heiliging’. En de apostel Paulus wist het al. Jaag ernaar, de tijd is kort. Paulus schreef er vrij over. Niet gehinderd door enige kennis van zijn eigen Joodse traditie. Paulus komt bij Christus uit. Christus is altijd het Centrum van de theologie. Ons leven is als een ‘renbaan’. Maar kijk uit, hardlopers zijn doodlopers. We rennen en we pakken wat we maar willen.

Als God ons inpakt met Zijn Woord en Geest, dan worden we nieuwe gangmakers. Die gang wordt bepaald wat Psalm 119 ook zegt: maak in Uw Woord jouw gang en jouw voetstappen vast. Dat is pas houvast. Het Woord moet ons in de pas houden. De wet moet ons blijven spiegelen, anders worden we vrije mensen. Vrijheid bevalt ons goed, maar we kunnen er domweg niet goed mee omgaan. Hoe komt dat? We vielen in de Hof. Deze tuin was niet goed genoeg. We hadden het goed. We wilden kwaad. We wilden dat precies weten. We keken te hoog en we renden hard weg, uit de prachtige Hof. Maar God was ons een paar stappen voor. Gods redding was precies op tijd. Wanneer? Na de val. God hield vast aan Zijn Verbond en Zijn Genade. God werkt door Verbondspreken heen.

Ademen is ook even loslaten, door ons over te geven aan God, die ons Vast houdt. Dat wil God het liefst. Die Levensadem wordt belangrijk. Ademen met essentie. De ware lucht van de Geest in onze extensie. Heilige lucht. Hemelse lucht. We houden even de adem in. Want onze levensadem moet zich met een vast ritme iedere dag – in en door – het gebed ons leven laten ‘leven’. Onze adem moet op adem komen in het gebed, de ademtocht van de ziel. Er komt een ‘run’ op de bijbel. Alle teksten gaan we herzien, herlezen en herleven.

We maken een pas op de plaats, zodat de Heere Jezus Christus plaats maakt in ons leven. We moeten Jezus herbergen in ons leven. Niet de tijd jaagt. Wij jagen zelf. Niet de tijd snelt in tempo. We rennen in tempo, in een hoog tempo. Ja, want we zijn al te laat, gisteren moest het gebeuren. Terwijl God laag naar ons om wil zien. We moeten jagen recht vooruit, naar Christus. We jagen naar van alles en nog wat. De Heere wacht, nodigt, en klopt aan ons hart. Doe open! Open je hart voor Mijn Woord. En open het Woord voor je hart.

En die tijd tikt maar door, ook bij een oude klok. We tellen niet de tijd. De tijd telt ons. We zijn voorbijgangers. Waar naartoe? Tijd is kostbaar. De herders en de wijzen gingen met haast. Iedere seconde telt. Ze werden beloond, Jezus in de kribbe. Petrus en Johannes gingen met haast. Ze werden beloond. Jezus niet in het graf, maar Jezus is opgestaan. Wat willen we nog meer? De opstanding is het bewijs dat Jezus leeft, en ons laat leven.

Tijd van eeuwigheid is duurzaam. Genadetijd tikt door. Tijd van genade is niet goedkoop. Genade is wel gratis, heilzaam voor niets. De klok is genadeloos, wanneer je haast hebt.

Als pianist denk ik in ritme. Tijd terug nemen in het ritme heet rubato. Muziek kan vluchtig zijn en vervliegt op mijn vleugel. Dat woord ‘rubato’ geldt ook ons leven, een leven zijn met gevouwen handen en gesloten ogen. Niet om bang te zijn voor deze snelle tijd, om een heerlijk wit en rein perspectief te zien door alles heen. Dat perspectief moet ons blijven verbazen, verwonderen en verbijsteren. Bij een slecht medisch perspectief, is het dan niet rijk als je een zeker bijbels perspectief hebt? Bij ongeluk, toch geluk! Bij tijdelijk ongeluk, eeuwige gelukzaligheid. Deze oefening baart de kunst van het geloof.

De media jaagt, op alles, wat nog komen gaat: nieuws. En het nieuws is morgen al weer oud. Neem het Goede Nieuws aan, Jezus Christus.

De morgen breekt aan, De Zon van de Gerechtigheid gaat schijnen? Wanneer dan? Wanneer de Heilige Geest het woord Liefde in jouw hart werkt. Deze Zon gaat met alle ochtendgloren schitteren. Glorie, Halleluja, Jezus Christus, de Herder, de Heiland, de Kurios gaat glanzen en je redden. De volle gerechtigheid, het recht tussen God en mens, wordt een vlak pad. Een vlak veld, hemels vlak. Naar de toekomst, naar de hemel en aarde, waar God ons weer gaat zien in Zijn Zoon, en wij gaan Hem echt zien, zoals God naar ons wilde zien, en zoals Hij ons gemaakt heeft naar Zijn beeld. Toekomst.

De Heere roept iedere dag, iedere week, iedere maand, ieder jaar: Lees je bijbel, bidt iedere dag, dat je groeien mag. In Mij! De Heere zegt 365 dagen, doe open! Geloof! Bekeer je! Met Christus aan boord van je leven ben je altijd veilig.

Voor mijn ernstig zieke vader – ds. B. van der Heiden – is de Thuishaven in zicht. Hij is geboren in de wereldhavenstad Rotterdam. Zijn levensschip is niet onder gegaan, door de stormen en golven, maar wel bijna ten einde. Hij gaat naar Zijn Vader, naar Huis. Dat is de bestemming met een ‘wijde blik’, een blij vooruitzicht, de Thuiskomst in het Hemelse Paradijs. Geen medisch perspectief, maar wel het grote Perspectief naar boven waar geen beperkingen meer zijn. De volmaakte hemel en aarde, waarin Gerechtigheid woont.

De Wijde Blik op Christus, dit jaar 2020!