Miniaturen

cd met christelijk werk in de stijl van oude meesters

Nederlands Dagblad, 11 oktober 2019

Miniaturen

Hendrik Jan van der Heiden, piano.

Interclassic Music

Dit is een interessante cd. De pianist Hendrik Jan van der Heiden is een christen en komt daar in het boekje bij deze cd ook vrijmoedig voor uit. Dat inspireerde hem tot diverse werken op deze cd. Of het om improvisaties of om uitgeschreven stukken gaat, is niet duidelijk. Belangrijker is dat hij daar geen oppervlakkige stemmingsstukjes van heeft gemaakt, maar als het ware in de huid van bekende pianocomponisten is gekropen. Dat levert onder de titel ‘Evening’ een mooie bewerking op waarin hij het Wiegenlied van Brahms (een wijsje dat veel op speeldoosjes te horen is) gebruikt. Maar ook Chopin is geen onbekende voor hem. Van der Heiden weet mooie omspelingen te verzinnen bij het lied ‘Als ik maar weet’. Opvallend is ‘Sorrow’ dat helemaal niet zorgelijk maar eerder wat berustend klinkt. Van der Heiden geeft zelf als toelichting dat hij daarbij denkt aan de zorgen in zijn eigen gezin. Samen met zijn vrouw heeft hij twee zorgenkinderen op te voeden.

In het boekje worden de diverse titels goed uitgelegd en wordt extra informatie gegeven. Van der Heiden is geen gediplomeerd musicus. Des te knapper is deze mooie cd.

+ originele bewerkingen

+ pianist kruipt in de huid van bekende componisten

+ knap gespeeld

Tags

Drie Verbonden

In het (voorwaardelijke) Werkverbond – voor de zondeval eiste God van Adam slechts dit: een eeuwig leven, als beloning voor het niet eten van de boom van de kennis van goed en kwaad. Omdat Adam en zijn vrouw Eva viel, volgde er straf. De eeuwige dood. God moest op een andere manier – genade – Zich geven. In het verbond van de Verlossing was God de val in Zijn raadsbesluiten voor. God voorzag de val.

In het (onvoorwaardelijke) Genadeverbond – in de tijd – opgericht, treedt God met een dubbele eis. God geeft eeuwig leven als beloning van zondaren die in Christus verworven zijn. God komt niet tot Adam en de mensheid. God komt via de Tweede Adam – Christus – tot de mensheid. Christus is de tweede en laatste Adam.

Via de eerste Adam ging de mens van de zonden naar de dood en rampzaligheid. Via de Tweede Adam – Christus – wordt de gerechtigheid en Leven geschonken. In Christus wordt herstelt wat in Adam kapot gemaakt werd. Christus kon daarom Middelaar worden van het genadeverbond. Het Genadeverbond is opgericht door Christus met mensen, zie Galaten 3 vers 14: ‘opdat de zegen van Abraham in Christus Jezus tot de heidenen zou komen, en opdat wij de belofte van de Geest zouden ontvangen door het geloof.’

‘God verklaart daarbij zijn vrije welbehagen om in de Middelaar en door het geloof de gerechtigheid en de erfenis aan een bepaald zaad te schenken, tot verheerlijking van zijn genade. En Hij nodigt door middel van het gebod van bekering en geloof of door het gebod van bekering waarvan het geloof in de Middelaar het begin is, en door middel van de belofte gerechtigheid te schenken aan hen, die in Hem geloven, de mens die in hartelijk geloof met het overeengekomene instemt, uit tot vrede en vriendschap en tot het recht om de erfenis met een goed geweten te verwachten’ (Johannes Coccejus)

De God van het Verbond zegt in de Doop het heil toe. De Heilige God ‘verbindt’ Zich met de Drie Heilige Namen in de doop. De doop voor waarachtig houden, zegt dat God en de beloften waar zijn. God belooft, maar vraagt wel om geloof en gehoorzaamheid. In het verbond belooft God het geloof, dat een gave van Hem is.

In het verborgen heiligdom van God, zijn die gedoopte kinderen, eigendom van God, in wie de belofte door het geloof bevestigd wordt. Blijft staan dat in de verbondsbediening de beloften tot alle gedoopte kinderen geldig zijn.

Omdat er twee soorten kinderen van het genadeverbond zijn, blijft de eis van geloof en bekering staan. Geloof en bekering is mogelijk omdat God Zichzelf heeft verzoend. Geloof en bekering is ook mogelijk, omdat het door de weg van de prediking van het BelofteWoord zal geschieden. De Heilige Geest is het die de beloften in het hart verzegelt en verzekert.

De verzegeling is als een uiterlijk teken naar ons toe in de sacramenten. De verzekering is als een innerlijke bevestiging door de Heilige Geest. De heilige doop betuigt en verzegelt.

In het genadeverbond draait het niet om de mens met zijn geloofservaringen. In het nieuwe verbond is Christus degene, Die gehoorzaam is aan de wet van het werkverbond. In Christus is de Wet vervuld. Prediking, beloften, rechtvaardigmaking en heiligmaking draait allemaal uit op de verheerlijking van Christus. Christus is de enige weg om het beloofde te erven of in het beloofde heil te delen. De werkelijkheid van de belofte hang niet af van de verkiezing tot het heil, maar de vervulling van de belofte wel.

Het belofte-karakter van het heil van God is het Evangelie van Jezus Christus. In de beloften ontmoeten we de Heilige Geest, Die de genade van God in Christus ontsluit. Vanuit de genadige God is er geven, schenken, toezeggen en toerekenen. Van de zijde van de mens is er ontvangen, aannemen, deelachtig worden.

De belofte van het heil komt in het genadeverbond tot ons. Door het offer van Christus – Zijn Zoon als de Zaligmaker – treedt Hij Zelf op via Genade – wat zondaren niet meer kunnen volbrengen. Het Genadeverbond gaat over God en mens. Hier zijn de twee partijen niet gelijk. God is Heilig, Rechtvaardig en kan de zonden niet door de vingers zien. De mens is zondig, dwaas, nietig en ellendig, en heeft genade nodig. Zonder bekering en geloof, geen leven. De Heilige Geest zelf is het eigenlijke zegel van Gods genade.

Het probleem van Alexander Comrie was, dat volgens hem God ‘niet zo maar’ een overeenkomst kon aangaan met de zondaar. Dat is niet een probleem, maar een wonder. Het wonder is dat God in het genadeverbond zowel met Zijn beloften als met Zijn eisen tot ons komt als Middelaar.

In de weg van het genadeverbond wordt Christus de Middelaar aan het hart, dat God zoekt, door de Heilige Geest ontdekt. (prof. J. J. van der Schuit)

Christus is de Middelaar Gods en der mensen, tot troost en blijdschap van die in Zijn Naam geloven, en het verbond maken op Zijn offerande. (John Owen) Hier is de beloofde Christus! De grondslag van het genadeverbond rust in het verbond van de verlossing, en bondelingen zijn degenen, voor wie Christus Zich Borg heeft gesteld. (Herman Witsius)

Het verbond der Verlossing is een ‘Pactum Salutis’, de raad van de vrede, Vrederaad, Verlossingsverbond of het eeuwige verdrag tussen God de Vader, Christus en de Heilige Geest met het oog op het heil van de gevallen mens, zie ook Zach. 6:12,13, Jes. 43:4, 49:5, 6-12, 53:10,11; Ps. 2:8, 16:2,3,6,7, 40:7, Luc.22:29, Joh.6:39, Hebr. 7:22, 10:9. 

Het verbond der verlossing, is een verbond dat gesloten is met God de Vader en God de Zoon ‘in vriendschap’ met elkaar, met Hem Die Hem nooit beledigd had. (Patrick Gillespie)

Het verbond der verlossing zorgt voor ‘duurzaamheid en vastigheid’ voor het verbond der genade. (Samuel Rutherford) Dit Verbond is van eeuwigheid. Het verbond van de Verlossing is een voorwaardelijke verbond in Christus; God de Vader eiste gerechtigheid en God de Zoon kon een Verzoening aanbrengen voor de ganse Kerk.

De Heilige Geest beloofde verwerving voor de uitverkorenen. God de Vader eiste van Zijn Zoon de te dragen straf en het volbrengen van de wet, namens de uitverkorenen. Het Verbond van de Verlossing gaat over God de Vader en God de Zoon. God de Zoon moest betalen wat God de Vader eiste. God de Zoon moest in Christus de Zijnen representeren. Het Verlossingsverbond gaat over twee gelijke Personen: De Vader en de Zoon. In het Verlossingsverbond is Christus geen Middelaar, Christus was daar Partij. Het gaat over een Mystieke Christus.

In het verbond van de Verlossing volbracht Christus de Zijnen met Zijn volkomen Verlossing. In het Genadeverbond bevestigde Christus Zijn genade aan Abraham en zijn kinderen, de Verbondskinderen.

Christus kon in het Verbond van de Verlossing Zichzelf eisen op rekening van de Zoon en een beloning wegschenken. In het Genadeverbond hebben daardoor gelovigen recht op de beloning – via geloof en bekering – omdat Christus de Zijnen een Borg-gerechtigheid schenkt.

Het Verbond van de Verlossing is een Fundament van het genadeverbond. In het Verbond van de Verlossing is Christus Hoofd en Borg. In het genadeverbond is Christus Middelaar tussen God en mensen en hun kinderen.

Er is een verbond der verlossing tussen God en de Middelaar Christus, voorafgaande aan het verbond der genade en zaligheid, gemaakt tussen God en de gelovige door Christus, welke de grond is van alle onderhandelingen die God met de mens heeft in de prediking van het Evangelie. (David Dickson)

Twee en Drie Verbonden

De Twee verbondenleer (Gereformeerde Gemeenten)

Het Verbond der genade is de volvoering van het Verbond der verlossing, dat van eeuwigheid met de uitverkorenen in Christus, hun representerend Verbondshoofd, gesloten is. Beide zijn in wezen een en hetzelfde verbond. Er is een directe relatie tussen verbond en verkiezing. Verkiezing en verbond zijn kwantitatief identiek. Alleen de uitverkorenen zijn wezenlijk in het verbond. Aan de uitverkorenen gelden de beloften van het genadeverbond. Christus is Hoofd en Borg in dit verbond. Geloof en bekering zijn weldaden van het genadeverbond.

In de tijd wordt genadeverbond opgericht met de uitverkorenen, als ze door wedergeboorte en geloof in het verbond worden ingelijfd.. Oprichting van en inlijving in zijn identiek, alsook openbaring of bekendmaking.

De historische realisering van het verbond der verlossing begint niet bij Abraham, maar direct na de val.

Er is onderscheid tussen wezen en bediening van het genadeverbond.

Door de doop verkeert men onder de bediening of op de erve van het verbond. De bediening behelst dus ook de niet-uitverkorenen. Door de doop is er sprake van een uiterlijke gemeenschap aan Christus. Door de doop is er sprake van tweeërlei kinderen des verbonds. Verbreking van het verbond kan alleen de bediening gelden, niet het wezen, omdat het wezen wordt bepaald door de verkiezing en het werk van Christus. Verbreking betekent daarom: ongehoorzaamheid aan Gods wil.

Twee soorten beloften. Johannes Calvijn maakt verschil tussen algemene en bijzondere beloften. Rutherford en de beide Erskines maken onderscheid tussen

a.de beloften van het verbond die alleen voor de uitverkorenen zijn bestemd, en b. beloften van het evangelie die voorwaardelijk zijn en alle hoorders van het evangelie betreffen. Ze spreken over een inwendig en uitwendig behoren tot het verbond, bijvoorbeeld de z.g. “Ik zal” teksten, zoals ze b.v. te vinden zijn in Ezechiel 36. Deze beloften zijn onvoorwaardelijk, spreken de taal van het verbond en worden altijd vervuld. Dat heeft alles te maken met Gods verkiezende liefde. De Heere belooft Zijn volk niet iets dat Hij niet nakomt.

Ad.b Een belofte van het evangelie kan zonder vrucht blijven. Deze dragen het karakter van nodiging, ernstige en welgemeende aanbieding. (D.L.) Ze gaan gepaard met waarschuwing, bedreiging, eis: “Bekeert u en gelooft het Evangelie”. Ze moeten allen en een iegelijk gepredikt worden met bevel van bekering en geloof in Christus de Gekruisigde.

De drie verbondenleer (Christelijke Gereformeerde Kerken)

Het GenadeVerbond is Gods verbond met de gelovigen en hun kinderen, waarin Hij onder verplichting van geloof en bekering alle heil schenkt door de Middelaar van het Verbond.

Het verbond van de Verlossing is de samenspraak van eeuwigheid tussen de drie Goddelijke Personen over het herstel van het Godsrijk en de verlossing van de uitverkorenen. In dit verbond treedt Christus op als Middelaar.

Er is een wezenlijk onderscheid tussen verbond der verlossing en verbond der genade.

Christus is Hoofd van Zijn gemeente, van de nieuwe mensheid en Middelaar en Borg van het Genadeverbond, maar geen Hoofd.

Verbond der genade is niet beperkt tot de uitverkorenen, maar omvat alle gedoopten. Het genadeverbond staat los van verkiezing.

In verbond der verlossing is sprake van uitverkorenen; in het genadeverbond wordt Christus aan verloren zondaren beloofd. Omdat Christus Middelaar is, handelt Hij tussen God en mens. Door de ‘weg’ van het Verbond leer je Christus als Borg kennen.

De goederen van het genadeverbond zijn alle gedoopten geschonken.

Deze aanbieding moet gevolgd worden door een gelovige aanvaarding van het heil.

Alle gedoopten zijn op dezelfde wijze in het verbond.

Er is verschil tussen schenking en deelachtigmaking.

Geloof en Gevoel

Geloof is een meer duurzame genade dan gevoel. Daarom is Christus meer dierbaar aan de ziel door geloof dan door gevoel. Geloof kan veel goeds van Christus voorspellen, zelfs wanneer Hij Zich met een wolk bedekt, wanneer gevoel niets kan zeggen.

Andrew Gray, 7e preek ‘De Grootste en dierbare beloften voor de ware Christen’

Leeruitspraken GG 1931

De generale synode van de Gereformeerde Gemeenten en G. H. Kersten heeft in het jaar 1931 (naar aanleiding van een polemiek met de Christelijke Gereformeerde Kerken, J. J. van der Schuit en J. Jongeleen) een nadere uitwerking gegeven over ‘het verbond der genade’ en de plaats die de verkiezing erbij inneemt.

De twee-verbondenleer ‘1931’ laat de absoluutheid van de uitverkiezing zien. De drie- verbondenleer laat de ‘ruimte van beloften-prediking’ zien. Tegenwoordig is er binnen de Gereformeerde Gemeenten een ‘breedte’ waarin ruimte bestaat voor beide opvattingen, maar die erkenning is niet ‘officieel’.

De praktijk van het kerkelijk leven laat ook helaas zien dat deze noties ‘niet of onvoldoende leven’. En dat is jammer, want het gaat om Bijbelse noties, waarbij het Heilswerk van Christus, door de Heilige Geest in diverse kerkverbanden zowel verworden als toegepast is.

De leeruitspraken van 1931 staan in een bepaalde context. Voor het nageslacht zou het meer dan waardevol zijn wanneer er meer bezinning over de leer van de verbonden zou kunnen komen. Een herziening van 1931 of een herziene synthese van beide verbondsopvattingen op de formule zou meer helderheid kunnen verschaffen, en wellicht kerkelijke gesprekken tussen de kerkverbanden wat meer stimuleren.

God – in Christus – heeft in diverse kerkverbanden d. m. v. de prediking zondaren tot Christus getrokken en het heil geschonken. Daarbij zijn vele geschriften van de Vroege Kerk, Reformatie, Nadere Reformatie en Puriteinen enz. tot zegen geweest. De Heere heeft Zelf de Zijnen getrokken tot Zijn licht. God staat er boven.

Het schema zet twee Verbondsopvattingen ‘naast elkaar’. De informatie is ontleend aan drie proefschriften:

  • Dr. Bert Loonstra, Verkiezing – Verzoening – Verbond: Beschrijving en beoordeling van de leer van het pactum salutis in de gereformeerde theologie. uitg. Boekencentrum Den Haag
  • Dr. H.J.C.C.J. Wilschut, ‘J.G. Woelderink: om de vaste grond des geloofs‘, uitg. Groen, Heerenveen
  • Dr. H. M. Yoo, Raad en Daad, over Infra- en surpalapsarisme in de Nederlandse gereformeerde theologie van de negentiende en twintigste eeuw, uitg. Mondiss, Kampen 

Met de beloften leven (8)

Alle beloften komen voort uit de gehoorzaamheid van Christus. Zijn bittere strijd in Gethsémané, Zijn sterven op Golgotha’s kruis, Zijn opstanding uit de doden en Zijn Priester zijn in de hemel. Dat zal de beloften zoet, dierbaar, vol troost en inhoud maken. Christus en de beloften horen bij elkaar. Zie ook Johannes Calvijn, Institutie, III.2.32:

Hieruit volgt dat wij steeds de ogen op Hem moeten slaan wanneer ons een belofte gedaan wordt en dat het niet vreemd is wanneer Paulus leert dat alle beloften van God die er zijn, in Hem bevestigd en vervuld worden.

De beloften van God, die in Christus zo vast en zeker zijn, zijn niet alleen de garantie dat Gods kinderen de verbondszegeningen zullen ontvangen. Zij bieden ook hoop voor hen die nog niet met een waar geloof met Christus zijn verenigd.

In preken van het Woord komt Christus tot ons, Die genoegzaam en gepast is voor allen.

De nauwe band tussen Christus en de beloften is vol troost en leven. Wanneer je Jezus vindt, vindt je Hem in de belofte. Wanneer Christus aan een jouw hart wordt geopenbaard, is dit door de belofte. Wanneer een gelovige Jezus opnieuw ontmoet, is dit in de belofte.

De belofte is de ontmoetingsplaats tussen Christus en jou. En Christus is de deur van toegang tot de belofte. Wordt de toegang tot de belofte u versperd door jouw zonden, kijk dan op Christus in de belofte. Christus, bij Wie de schuldige welkom is en Die verklaart: Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.

Wie er gebruik van wil maken van de beloften van Christus, zal de vruchten ervan genieten.

Het is een vaste en zekere kennis van Gods welwillendheid naar ons, welke gegrond op de waarheid van zijn genadige belofte in Christus.

Het is de Heilige Geest, die de beloften aan ons verstand openbaart en in ons hart verzegeld.

Met de beloften leven (7)

De belofte doet dan zoveel kracht op het hart, dat de zondaar de boodschap hoort: ‘De Meester is daar, en Hij roept u’ (Joh. 11:28). 25 Jezus wordt dan gezien, gekend en ontmoet in de oudtestamentische beloften, die beloven: ‘Neigt uw oor, en komt tot Mij, hoort, en uw ziel zal leven; want Ik zal met u een eeuwig verbond maken, en u geven de gewisse weldadigheden Davids’ (Jes. 55:3).

Of in de nieuwtestamentische beloften, die beloven: ‘Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven’(Mat. 11:28). Christus wil ons ontmoeten in de belofte.

Gods beloften zijn vast en gewaarborgd in de dood van Christus. Door Zijn heilig leven, gehoorzaamheid en plaatsvervangend sterven heeft Jezus als de Vertegenwoordiger van de gelovigen alle eisen van het Genadeverbond vervuld. Hij kon op het kruis roepen: ‘Het is volbracht’ (Joh. 19:30).

Het testament is vastgemaakt in de dood van de testamentmaker. Alle voorwaarden en eisen van het verbond zijn door Christus vervuld. De boodschap dat Christus aan al de eisen van het verbond heeft voldaan is de grond van de zekere verwachting van de Zijnen. Dit biedt hun zekerheid en troost in alle strijd en kruis. Maar, zult u zeggen, die vastheid en zekerheid van de beloften betreft alleen de uitverkorenen.

Er wordt in het Evangelie een Christus gepredikt, Die alles heeft volbracht wat God eiste om zondaren te herstellen in Zijn gunst en gemeenschap. Juist omdat door Christus alles is aangebracht wat God eiste, kan de bekendmaking van dit verbond in de prediking zo ruim zijn.

De beloften van God rusten op een Christus, Die alles heeft aangebracht wat tot de zaligheid nodig is en niet rusten op wat de mens doet of aanbrengt, opent juist ruimte voor de prediking. Anders zouden wij zelf alles met God in orde moeten maken.

De voorwaarden zijn vervuld, de Godheid is verzoend in het Borgschap van Christus, een eeuwige gerechtigheid is aangebracht. Alles is gereed. Men hoeft slechts toe te gaan om verworven schatten af te halen en een oneindige rijkdom van hemelgoederen om niet te ontvangen.

De grootste zondaar hoeft niet van ver te blijven staan.

De belofte van vergeving is, omdat Christus deze vergeving heeft verworven door Zijn verzoenend sterven. (Kol. 1:14)

De belofte van reiniging is, omdat Christus Zijn bloed de reinigmaking van onze zonden heeft teweeg gebracht. (Hebr. 1:3).

Bij een belofte van troost in kruis en lijden is er, omdat Christus de medelijdende Hogepriester is. (Hebr. 4:15).

Bij alle beloften moeten we aan Christus denken, die de inhoud is van alle beloften.

Met de beloften leven (6)

Zou u graag willen weten of de grote en dierbare beloften voor u zijn? Wel, al die beloften zijn van Christus. Zij zijn alle aan Hem gedaan. Neem Hem en ze zijn de uwe. (Thomas Boston)

God doet zondaren dus beloften: ‘De goddeloze verlate zijn weg, en de ongerechtige man zijn gedachten; en hij bekere zich tot de HEERE, zo zal Hij Zich zijner ontfermen, en tot onze God, want Hij vergeeft menigvuldiglijk’ (Jes. 55:7).

De broers Ralph en Ebenezer Erskine en James Fisher spreken over een recht van gebruik en een recht van bezit in hun boek ‘De kennis der zaligheid’. De gelovigen hebben een recht van bezit op de beloofde goederen. De hoorder van het Evangelie heeft, op grond van de verkondigde belofte, een recht om tot God te gaan en de beloofde zegen te ontvangen.

Een ‘recht van bezit’, uit kracht van de vereniging met Christus in Wie al de beloften ja en amen zijn. Hij die gelooft….heeft het eeuwige leven (Joh. 3:36). Dit gegronde recht voor alle hoorders van het Evangelie is niet slechts voor verootmoedigde en boetvaardige zondaren.

Hoewel het waar is, dat niemand zijn toevlucht tot de belofte zal nemen, tenzij hij of zij overtuigd is van zijn nood. Toch ontleent een zondaar zijn recht om tot Christus te komen niet aan zijn boetvaardigheid, maar aan Gods belofte.

De geloofsvereniging met Christus is een vereniging, die de Heilige Geest tot stand brengt door middel van het Woord en met name de beloften van het Evangelie. Het geloof dat de Heilige Geest in ons hart werkt, verenigt zich met Christus zoals Hij in de belofte aan ons wordt voorgesteld. De geloofsvereniging gaat via de beloften.

Zo is de belofte het centrum waar Christus en de zondaar elkaar ontmoeten. Het is omdat God verzekert dat ieder die in de gekruisigde Christus gelooft, niet zal verderven, maar het eeuwige leven zal hebben, dat de zondaar begint te hopen. De beloften trekken naar Christus toe. Wij zouden anders nooit tot Christus kunnen komen. De Heilige Geest brengt door de belofte Christus met Zijn gewilligheid en reddende gerechtigheid dicht bij ons.

Met de beloften leven (5)

De gelovigen zijn in Christus gezegend met een volheid van geestelijke zegeningen. (Ef. 1:3). God ziet eerst de Zoon van Zijn eeuwige liefde aan, voordat Hij iemand of iets anders aanziet. Er is niets wat goed en lieflijk is in Zijn ogen of het is lieflijk en goed in en door Zijn Zoon. Daarom, ieder die van God geliefd wordt, dankt dit geliefd-zijn door God aan Christus.

God heeft Christus eerst lief. Dan pas hebben wij Hem lief, omdat hij eerst ons lief heeft gehad.

Omdat Zijn werk is aanvaard, daarom worden allen die in Hem geloven door God aanvaard. Omdat Hij is vrijgesproken, worden zij vrijgesproken. Omdat Hij leeft, zullen zij leven.

Christus is de sleutel die het kabinet van Gods beloften opent. De beloften behoren toe aan allen die met Christus zijn verbonden, dat is: in Christus geloven. Dat geeft hun recht op Gods beloften, in geloofsverbondenheid met Christus.

Zolang we weigeren ons te bekeren en niet in Christus geloven, zijn we als de christenen te Efeze in hun eertijds: ‘Dat gij in die tijd waart zonder Christus, vervreemd van het burgerschap Israëls, en vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende, en zonder God in de wereld’(Ef. 2:12).

De Bijbelse kijk op de beloften van God benadrukt de noodzakelijkheid van een ware geloofsvereniging met Christus.

Wilt u recht op de zegeningen ontvangen waarvan Gods beloften spreken? Geloof dan in Jezus Christus! Met niets minder mogen we ons tevreden stellen. Calvijn, Institutie,III.1.1: En dan moeten we het in de eerste plaats ervoor houden dat alles wat Christus voor de zaligheid van het menselijk geslacht geleden en gedaan heeft, nutteloos voor ons is en van geen enkel belang, zolang Hij buiten ons is en wij van Hem gescheiden zijn. Om ons te laten delen in hetgeen Hij van de Vader ontvangen heeft, moet Hij dus de onze worden en in ons wonen.

De mate en de kracht van het geloof dat ons met Christus verenigt, is verschillend. Paulus was met een sterk en verzekerd geloof aan Christus verbonden. Hij kon zeggen: ‘Want ik weet, Wien ik geloofd heb, en ik ben verzekerd, dat Hij machtig is mijn pand, bij Hem weggelegd, te bewaren tot die dag’(2Tim. 1:12).

De bloedvloeiende vrouw kon niet verder komen dan te overleggen in haar hart: ‘Indien ik alleenlijk Zijn kleed aanraak, zo zal ik gezond worden’(Mat. 9:21). Maar ook het schuchtere geloof van deze vrouw bewerkte even zeker een vereniging met Christus als het sterke en verzekerde geloof van Paulus. Ook een zwakke hand kan een aalmoes aannemen.

Daarom is het kleinste geloof van meer waarde dan de indrukwekkendste werken en plichten. Het verbindt met Christus en geeft een recht op alles wat God in Christus aan zondaren heeft beloofd. Zodra een ziel Christus aanneemt in het verbond der belofte, is er niet één belofte in de Schrift, of hij mag er dit opschrift boven zetten: dit is van mij, dit is van mij. (Andrew Gray, Grote en dierbare beloften)

Met de beloften leven (4)

De beloften van God openen ‘een deur van hoop’ voor mensen, die niet kunnen pleiten op hun willen en lopen. Te meer mogen we begeren op grond de Genade van God.

Gods beloften zijn vrij en als prachtige akkoorden van muziek voor de donkerheid van jouw hart.

‘Grijp de beloften maar aan en u zult ongetwijfeld opgehaald worden en uw voeten zullen op een rots gesteld en uw gangen vastgemaakt worden’, zegt Andrew Gray in zijn boek ‘Grote en dierbare beloften’.

Het Evangelie is het Woord waardoor God Zijn binnenste hart opent. God openbaart Zich als een genadig God, Die met ons wil handelen, niet als een boos Rechter, maar als een barmhartig en liefdevolle Vader.

Johannes Calvijn wijst erop dat zonder de hoop op Gods barmhartigheid, waarvan de beloften spreken, een zondaar niet tot God zal komen. Voor Gods heiligheid moeten wij sidderen en maar niet wegvluchten. We moeten Christus zoeken. Daarom moet ons oog gericht zijn op de belofte van Zijn genade.

Johannes Calvijn, Institutie, III.2.7: Hoe zou ons geweten niet wegvluchten van de God voor Wie het siddert? Maar het geloof moet God juist zoeken. (…) Als we nu eens in plaats van Gods wil, die zo vaak droefheid en vrees teweegbrengt als we erover horen berichten, Zijn goedgunstigheid en barmhartigheid zouden zetten?

Geloven is om God te gaan zoeken, als we geleerd hebben dat er bij ons geen heil te vinden is, maar het heil is in Christus. Christus maakt ons duidelijk dat het Hem om onze zaligheid te doen. God zoekt ons behoud. Alleen Gods beloften van genade geven hoop.

De persoon van Jezus Christus en Zijn verlossingswerk is de garantie dat Gods beloften ja en amen, dat ze waar en zeker zijn.

God is niet alleen goed en barmhartig om al Zijn beloften te houden. God is vooral rechtvaardig om Zijn beloften na te komen.

De beloften van God komen door Christus tot ons en wij komen door Christus tot de beloften. Christus is de Poort van Gods beloften. Hij alleen kan zeggen: ‘Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij’(Joh. 14:6).

De enige weg om deel te krijgen aan Gods beloften is het geloof in Jezus Christus.

Jezus heeft alles aangebracht. Jezus heeft geschreeuwd in de hof van Gethsémané. Jezus werd op Golgotha verlaten van Zijn Vader.

‘Opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen alle knie van degenen die in de hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn, en alle tong zou belijden dat Jezus Christus de Heere is, tot heerlijkheid van God de Vader.’ (Filipp. 2: 10 en 11).

Met de beloften leven (3)

Wie eerst zeker wil zijn van zijn verkiezing en dan pas de belofte wil geloven, komt in een verkeerde draaikolk. Zoek je zaligheid niet in de verkiezing, maar in het Kruis van Christus.

Maar nu rust de belofte voor haar vervulling geheel op genade. ‘Daarom is zij uit het geloof, opdat zij naar genade zij’(Rom. 4:16).

Wanneer we kijken naar onze eigen waardigheid, geschiktheid en verdiensten, dan verbleekt het karakter van de beloften. ‘Want indien de erfenis uit de wet is, zo is zij niet meer uit de belofte’(Gal. 3:18). De beloofde genade wordt nooit door ons verdiend.

‘Ik zal u een nieuw hart geven’ opent een deur van hoop voor mensen die niets bezitten, om zich bij God te melden. De Bijbel zegt tegen ons: ‘O allen die dorst hebben, komt tot de wateren, en jij, die geen geld hebt, komt, koopt en eet, ja, komt, koopt zonder geld, en zonder prijs wijn en melk’ (Jesaja 55:1).

De Bijbelse leer dat de beloften van pure genade is bijzonder bemoedigend voor allen die God nog niet kennen. Bij God is er veel genade en verlossing. Een ieder die in de gekruisigde Christus gelooft, niet zal verderven, maar het eeuwige leven zal hebben (Joh. 3:16).

De wet van verdienste veroordeelt u tot de eeuwige dood. Maar de belofte van genade opent voor u een deur van hoop.

Als er geen beloften van genade en welkom voor mensen die God hebben verlaten, dan zou er voor niemand hoop zijn. Want wat is hoop anders dan de verwachting dat God geven zal wat Hij in Zijn beloften belooft?

Hoewel wij niets kunnen eisen op grond van recht en verdienste, mogen we alles van God begeren en verwachten op grond van Zijn belofte.

Geen onwaardigheid of ongeschiktheid, in welke vorm dan ook, zou ons moeten hinderen om te hopen op Gods beloften. In plaats dat onze onwaardigheid en zondigheid ons diskwalificeren voor Gods beloften, kwalificeren zij ons.

Want God heeft Zijn beloften niet gedaan aan hen die Zijn genade verdienen, maar aan hen die Zijn genade nodig hebben. De Heere belooft: ‘Doe uw mond wijd open, en Ik zal hem vervullen’(Ps. 81:11).

Iedere zondaar mag tot God gaan en begeren wat hem of haar ontbreekt. God is het ‘Die mildelijk geeft en niet verwijt’ (Jak. 1:5).

De apostel : ‘Zo is het dan niet voor degenen die wil, noch degenen die loopt, maar van de onferming van God.’ (Rom. 9:16).